COLUMN'S

'GROOTHEDEN' VAN DE GROTE CLUBACTIE

Door: Jan Soek

Het was weer alles glinster, glimmer en blink-blink tijdens de afgelopen Sportverkiezing van de beste sportman, sportvrouw, sportploeg en trainer van het jaar 2009. Een verkiezing die opnieuw werd gehouden in de vorm van een heus Gala georganiseerd door NOC*NSF die, maar daar is het een verkiezing voor, natuurlijk ook weer de nodige discussies opriep waarvan ik dacht dat die alleen werden gehouden rondom ons inmiddels tot een aanstaand faillissement gedevalueerd Nationaal Songfestival. Er werd gesproken over het vergelijk tussen ‘appels en peren’, met name daar waar het ging over schaatser Sven Kramer en turner Epke Sonderland. Kramer in het bezit van een zak vol Europese en wereldtitels, gewonnen tijdens wedstrijden waarbij wereldwijd hooguit vijf landen serieus concurrentie bieden tegenover rekstokspecialist Sonderland die op 18 oktober 2009 ‘slechts’ Zilver haalde tijdens het wereldkampioenschap turnen in Londen. ‘Maar wel bij het turnen, dat een wereldsport is!’, verdedigde de voorstanders van zijn verkiezing tot Sportman van het Jaar hun keuze. Mijn moeder placht bij een dergelijke situatie altijd te zeggen: ‘Wat je ook doet, het is nooit goed'. En ik meen dat zij gelijk heeft.

Een paar weken geleden interviewde ik Nathaly Heijne van de Grote Clubactie. Leden van ruim 6000 clubs gaan elk jaar langs de deuren om loten te verkopen voor hun vereniging. Immers, van de opbrengst van ieder verkocht lot komt maar liefst 80% in de knip van de penningmeester van de desbetreffende club. Dat is fijn, ja zelfs fantastisch in deze -ook voor verenigingen- economisch gezien slechte tijden als het om de centjes gaat. Maar de Grote Clubactie doet meer! Ook zij organiseren een aantal verkiezingen, eigenlijk een beetje vergelijkbaar met die van de Sportverkiezing van het Jaar zoals die ons opnieuw uitgebreid werd voorgeschoteld door TV, Radio en de overige media. Alleen, ‘hun’ winnaars? Daar had ik nog nooit van gehoord en ook niets over gelezen. Daarom laat ik Nathaly, communicatiemedewerkster van de Grote Clubactie, graag aan het woord! “Voor een tafeltennisvereniging in Enschede verkocht de dertienjarige Milou Timmerman de afgelopen drie jaar een gigantische hoeveelheid loten waarmee zij in die jaren de ‘beste lotenverkoper’ van de Grote Clubactie werd. In 2008 waren dat er maar liefst 1025! De reden waarom zij dat deed? ‘Gewoon omdat ik het leuk vind om loten te verkopen en mijzelf daarin ieder jaar te overtreffen’, zei ze. Alleen in 2009 is ze met de verkoop gestopt, deed zij dus niet meer mee. De reden was niet zozeer omdat zij er geen zin meer in had. ‘Maar een ander kind mag nu ook weleens een Nintendo Wii winnen’”

Vervolgens vertelde Nathaly verder: “Zo is er in het Brabantse St. Willibrord een kleine schildersclub met de naam St. Joseph. Deze club is ontstaan op initiatief van Broeder Nereus die aan eind van de jaren ’70 tekenlessen gaf mede met als doel ook de sociale contacten onder de bevolking te bevorderen. Tot aan zijn overlijden in 1993 bleef Broeder Nereus de club leiden en nog steeds staat zijn gedachtegoed hoog in het vaandel van de vereniging, die in 1984 opging in een stichting. Vrijwilligers zijn dag en nacht bezig om het initiatief en het werk van Broeder Nereus voort te zetten. St. Joseph is maar een kleine schildersclub met een beperkt aantal leden die snel over het hoofd gezien wordt en die je bijna zou vergeten als het om waardering gaat. Wij doen dat echter niet! De secretaris van de schildersclub, Peter Raaijmakers, werd voor al het werk dat hij verrichtte om de club te kunnen voortzetten, door ons geëerd als Bestuurslid van het jaar 2008. Wij vonden die titel echt verdiend en volkomen op zijn plaats.”

Ook prachtig is het verhaal over de Sportclub van het jaar. Opnieuw laat ik Nathaly graag aan het woord: “In 2008 was Judoclub Bushido in Amsterdam Zuid Oost de Sportclub van het jaar. Een vereniging die aangesloten is bij de NCS. Deze club verdiende die onderscheiding omdat het een heel bijzondere judovereniging bleek te zijn waar iedereen welkom is, waaronder ook kinderen met een beperking. Vaak zie je dat andere clubs deze kinderen weigeren, maar bij Bushido sport iedereen met elkaar samen. Eerst startte trainster Lieneke Stilkenboom met een jongetje dat autistisch is. Hij vond het allemaal doodeng en zei niets. Inmiddels is die jongen opener en maakt hij contact met andere kinderen. Ik vond het eervol om daar te gast te mogen zijn om de Award te overhandigen." Ook mocht Nathaly Heijne de prijs van de Clubkanjer van het Jaar uitreiken. "Dat was in 2008 Paulien Eertman, die zich al jarenlang inzet voor haar tennisclub TCO in Ootmarsum. Toen zij in 2000 besloot zich in te gaan zetten voor de jeugd, telde die afdeling slechts zeven jeugdleden. Samen met haar man en een ander lid van de club, gaf zij het jeugdbeleid vorm en zette een actief wervingsbeleid in gang. Inmiddels, mede dankzij al het werk van Paulien, is dat aantal inmiddels opgelopen tot zeventig! Terecht dat zij onze Vrijwilliger van het Jaar is geworden.”

Geweldig hoor organisatoren van onze Nationale Sportkoepel voor de Sportverkiezingen van het Jaar en fijn hoor Epke, Marianne, de estafettezwemsters, Monique en Louïs met jullie uitverkiezing. Maar waarom nooit aandacht besteedt aan de winnende grootheden van de Grote Clubactie? Niks geen grote clubs, bekende bestuursleden of trainers.. Gewoon heel intens betrokken, actieve, fantastische clubmensen. Daar waar het NOC*NSF deze ‘breedtesport’helden negeert, pakt Nathaly en haar Grote Clubactie dat wel op! En dat initiatief is veel meer aandacht en een nog groter compliment waard!

MEER DAN VOETBAL ALLEEN

Door: Jan Soek

Namens Sportfacilities & Media mocht ik voor FC Utrecht meewerken aan de FC4you-krant. Een krant die de bewoners van Utrecht en omgeving duidelijk moest maken dat deze ‘club van het volk’ nog steeds ‘van en voor’ de Utrechters is. Want, had de huidige directie ondervonden, dat oergevoel waren nogal wat Utrechters toch wat kwijt geraakt. Ik denk dat het een terechte onderkenning van voorzitter Jan Willem van Dop c.s. is. Immers, steeds meer mensen –waaronder ook een toenemend aantal supporters- hebben allang het gevoel dat ook binnen het betaald voetbal er een graaicultuur is ontstaan die gelijk opgaat met bijvoorbeeld die van directies van banken. Je zou kunnen stellen dat die arrogante graaiers ‘Rijkmannen’ werden met ‘ons’ geld van ‘onze’ banken. Ook binnen veel betaald voetbalclubs is er allang niet meer sprake van ‘onze jongens’, ‘onze club’, laat staan van iets wat in het verleden wel clubliefde werd genoemd.

Elders in Europa reizen de bedragen helemaal de pan uit. In een interview dat ik onlangs met Hans Kraay sr. had, merkte hij terecht op toen het over de astronomische transferbedragen ging, die voor een normaal mens niet te bevatten zijn: “Een aantal clubs, die de dienst uitmaken binnen de Europese toernooien zijn toch helemaal de weg kwijt?” Of het allemaal zo uitzichtloos is? Misschien niet. In navolging van een paar andere Eredivisieverenigingen presenteerde FC Utrecht onlangs dus de FC4you-krant. Een krant waarin men aangeeft dat de club Bewust Maatschappelijk Actief wil zijn. En.. het blijft niet bij mooie woorden alleen! Zo gaat FC Utrecht het stadion en een aantal (oud)spelers en trainers inzetten om kinderen die een leerachterstand hebben opgelopen, af te helpen van die achterstand. Worden er op scholen in de wijken lessen gegeven over voeding, bewegen en het maken van gezonde keuzes om zodoende de bewegingsarmoede en het overgewicht van leerlingen tegen te gaan. Is er de Stichting Klein Galgenwaard, waar oud-speler Jean-Paul de Jong een centrale rol speelt. Vanuit Klein Galgenwaard worden talloze activiteiten opgestart waarbij bijvoorbeeld gedacht moet worden aan demonstraties en het verzorgen van clinics waarmee de club de wijken in gaat. Ook staan er projecten op de rol gericht op dak- en thuislozen. Het is maar een greep uit de vele initiatieven die de club uit de Domstad voornemens is te realiseren. Dat geeft hoop! Zeker toen ik voor de FC4you-krant de Charitybox van FC Utrecht mocht bezoeken. Die Charitybox is een VIP-box die beschikbaar is voor supporters en anderen waarmee het of heel goed, of heel slecht gaat. Een ‘lief en leed’ box dus.

Samen met de piepjonge aanvaller Dries Mertens kwam keeperstrainer Marcel Mul een half uur na afloop van de gewonnen wedstrijd tegen Sparta de Charitybox binnen. Ze werden met gejuich begroet door het ‘feestvarken’ en zijn familie en collega’s, omdat hij al twintig jaar een seizoenkaart bij de Utrechters had en dit feestje in de Charitybox uitbundig mocht vieren. Wat zij niet wisten was dat kort daarvoor trainer en speler een bezoek hadden afgelegd aan een andere box waar een jongetje verbleef dat aan leukemie leed en dat zij nog naar een andere box zouden gaan waar een doodzieke oud-speler van FC Utrecht zat. De reactie van de jonge Dries Mertens en de zeer betrokken Marcel Mul biedt heel veel hoop voor de toekomst. Een toekomst waarvan ik hoop dat alle overige betaald voetbalclubs in Nederland dit initiatief zo snel mogelijk zullen overnemen. Want wat zei keeperstrainer Marcel Mul? “Dries en ik komen van mensen vandaan die een kind van dertien hebben dat aan leukemie lijdt en dat misschien nog een jaar te leven heeft. Je realiseert je dat het misschien de laatste keer is dat zo’n jongen naar ‘zijn’ club is geweest. Daarvan krijg je tranen in je ogen. Het zorgt ervoor dat je met beide voeten op de grond blijft staan, of je nu wint of verliest.” En wat zei Dries Mertens? “Het is de eerste keer dat ik dit mag meemaken. Marcel en ik komen net van een box waar een jongetje ligt met leukemie. En er is ook een oud-speler van FC Utrecht die heel ernstig ziek is. Beiden hebben niet lang meer te leven. Dat is confronterend maar goed om te mogen doen. Je realiseert je niet dat er ook zulke zieke mensen hoog in het stadion verblijven als je op het veld bezig bent. Hier besef je dat er meer is dan voetbal alleen. Je speelt niet alleen voor jezelf of het team, maar je bent een bevoorrecht mens om ook voor deze mensen te mogen spelen.”

HET BOEK VAN MAARTEN

Door: Jan Soek

Een paar weken geleden, op weg naar de uitgeverij in Zeist, ging mij mobiel. Het was Maarten van der Weijden, die mij uitnodigde om met hem te lunchen. “Ja Jan, vandaag. Schikt het tussen de middag? “ Wist dat hij bezig was het schrijven van een boek.. Misschien was het die wetenschap die mij deed besluiten om direct mijn stuur om te draaien richting Amsterdam.. Een gek gevoel dat je bekruipt, het idee dat het mogelijk daar mee iets te maken zou hebben..

We hadden afgesproken bij de voorzijde van het Centraal Station, maakten vervolgens een wandelingetje richting De Dam en gingen, onder de toen nog ontstoken verwarming, op een terras zitten. Bijgepraat was er al. Maarten’s hand greep in de plastic zak die hij bij zich had en pakte een stapel papieren.. “Dit is mijn boek Jan. Ik zou het fijn vinden als je het wilt lezen en je mening geeft.” Pfffff… Ik moet zeggen dat het even duizelde voor mijn ogen.. Half sportend, en zeker heel zwemmend, Nederland kijkt uit naar het resultaat van dat wat Maarten eerder had aangekondigd, namelijk het schrijven van een boek. Een boek waarin een belangrijk deel van zijn leven, van chemo tot goud, beschreven staat. En nu lag het voor mij op tafel met het verzoek van deze superkampioen, wereldtopper, Olympische grootheid, of deze simpele journalist zijn boek wilde lezen en van commentaar voorzien..

“Waarom ik Maarten?” Het was een oprechte vraag. “Omdat ik hecht aan je mening, je met je eigen zoon hetzelfde hebt meegemaakt, dus kan invoelen waarover ik schrijf…. Maar ik moet even naar het toilet.” De stapel papier lag ongebonden op tafel en de pagina’s bleken ongenummerd… Bijna kinderlijk angstig graaide ik de papieren haastig van tafel. Stel je voor dat ze zouden wegwaaien… Ik ontfermde mij er zorgzaam over als ware het een net geboren baby.. Na terugkomst spraken we nog langdurig over onder andere de wijze waarop hij zijn boek zou kunnen uitgeven en welke uitgeverij daar voor in aanmerking zou kunnen komen. Ik merkte echter dat ik allang niet meer met mijn hoofd bij het gesprek was.. 'Dat boek.. Waarom ik?' Bij het afscheid moest ik hem om de plastic Aldi-tas vragen anders was Maarten zo weggelopen, mij achterlatend met een los pak, vond ik, o zo zeldzaam papier..

In beginsel trillend van de zenuwen ging ik de andere dag lezen, lezen en aantekeningen maken. Lezen, herlezen en aantekeningen maken.. Opnieuw lezen en lezen en aantekeningen maken. Een aantal dagen achter elkaar. Lezen, lezen....

Onlangs had ik, op zijn flat in Eindhoven, opnieuw een interview met Maarten. Jawel, over ‘het boek’.. Best ingewikkeld vond ik, want het was immers vragen naar de bekende weg. Gelukkig bleken we allebei in staat om, tijdens het gesprek, net te doen of wij van niks wisten.. Maarten niet dat hij het boek aan mij gegeven had en ik wist niet dat ik het had gelezen.. Ik stelde de vragen en Maarten bepaalde in hoeverre hij over de inhoud ervan wenste te praten.. En dat was nog niet al te ‘ver’. Ik vond het goed zo. Drong geen moment aan, bang om vertrouwen te beschamen. Reken er echter wel op dat het in september, wanneer zijn boek bij Ambo verschijnt, het meer dan de moeite waard is om te lezen. Kan dat misschien een beetje beoordelen, want ik heb het voorrecht gehad het te mogen lezen, lezen en herlezen..

P.s. Voor alle duidelijkheid: De ‘titel’ Van Chemo tot Goud slaat niet op die van het boek, maar is de kop van het interview dat ik met Maarten had voor Sport FM nummer 3 2009.


FOPPE STOPT...

Door: Jan Soek

Foppe stopt… Nou ja stopt, hij wil nog best werkzaam blijven binnen het voetballen, maar dan voor een aantal dagen per week. Het is nieuws dat mij raakt. Leerde Foppe een heel klein beetje kennen tijdens een interview dat ik een paar jaar geleden met hem mocht hebben. Klampte hem aan na een voordracht, waarna hij direct zijn 06 doorgaf met de mededeling: ‘Bel me maar op voor een afspraak jong..’. Het gesprek dat volgde op het KNVB Sportcentrum in Zeist was openhartig en langdurig.. Echt Foppe hield ik mijzelf voor, na alle verhalen die ik over hem gelezen had.. Toen we uitgepraat waren, besloot hij: “Maak er maar een mooi verhaal van..”. Niks geen gedoe met voorlichters van de KNVB die eerst het interview wilde lezen, of zelfs bij het gesprek aanwezig moesten zijn. Dat maakte ik later mee toen ik de KNVB-directeur Henk Kesler interviewde, waarbij de PR-man van de voetbalbond het gesprek volgde en na afloop vroeg of hij, voor plaatsing, de tekst wel even mocht doornemen ter goedkeuring..

Begin 2007 volgde ik alle trainingen van Oranje onder 21 die zich in Doorwerth voorbereidde op het EK Onder 21. Ik had de illusie om daar mogelijk iets van het ‘geheim’ van Foppe te weten te komen en maakte met hem alvast een afspraak voor de dinsdag na de finale van het EK, die in Groningen zou worden gehouden. Ik moest daar foto’s maken voor onder andere Sport FM. Tijdens de eerste poule-wedstrijd dat wij elkaar zagen stak hij vlak voor de aftrap, toen ik de dug-out passeerde, zijn duim op en riep: ‘Succes!” Ik drukte direct af en wenste hem ook succes toe! Dat ritueel herhaalde zich tot en met de finale. In de zeikregen van Groningen liep ik vlak voor het begin van de wedstrijd, inmiddels bijna traditioneel, langs de dug-out en zei: “Krijg ik nog een duim Foppe? Het brengt je blijkbaar succes!” Grijnzend voldeed hij aan mijn verzoek, waarna opnieuw een wederzijds ‘succes!’ volgde. Het resultaat is bekend, Foppe en zijn team werden opnieuw Europees Kampioen Onder 21.

Thuisgekomen verheugde ik mij zondagnacht op ons gesprek op dinsdag, maar ook had ik er geen goed gevoel bij. Begreep dat Foppe woensdag op vakantie ging en dat hij morgen jarig zou zijn. “Ik denk dat hij onze afspraak annuleert Vonne”, zei ik tegen mijn vriendin. Maandagmiddag ging mijn mobiel en ik zag dat het Foppe was… “Helaas, pindakaas. Daar gaat mijn interview”, zei ik tegen haar voor ik opnam. En ja hoor, na een korte begroeting was daar de vraag: “Wij hadden toch dinsdag een afspraak in Zeist?” Ik antwoordde bevestigend en gaf alvast aan dat ik mij kon voorstellen dat hij die annuleerde. “Je zult wel moe zijn. Misschien na de vakantie?”, vroeg ik hoopvol.. “Nee jong, dat is niet nodig. Ik ben inderdaad verschrikkelijk moe en wilde je vragen naar mij toe te komen in plaats van naar Zeist”. Natuurlijk! Al moest ik fietsen! Wat een prachtkerel! Er waren redenen zat voor hem om het gesprek met mij te annuleren. Maar, niks ervan. Afspraak bleek afspraak. Een uur werd opnieuw twee uur praten. Foppe's vermoeidheid droop van zijn gezicht af. Maar gaandeweg trok hij bij! Het ging immers over zijn passie! Een passie waarvan hij zijn beroep had gemaakt. En bij passie hoort bevlogenheid.

In de voorbereiding, richting de Olympische Spelen van Peking, was ik opnieuw bij vrijwel alle trainingen van het- nu Nederlands Olympische Voetbalelftal- aanwezig. Ik dacht dat het toen aan mij lag, maar dat wat ik eerder in 2007 in Doorwerth had ervaren, ‘was’ er niet. De gedrevenheid, de humor, het lachen, het team… Het was anders.. Zowel het getoonde voetbal als het uiteindelijk resultaat tijdens de OS viel tegen. Na de kwartfinale kon Nederland naar huis. Het Jong Oranje dat twee EK’s Nederland aan zijn voeten had gekregen, speelde ‘kleurloos’ en niet ‘des-Foppes’. Had het te maken met de eindigheid van magie?? Bij de aankondiging van zijn afscheid als trainer liet De Haan ook weten dat hij vindt dat in Nederland 'softies' worden gekweekt. "Toen ik begon bij Jong Oranje, heb ik een soort preek gehouden: ‘Wij moeten niet blij zijn dat jullie hier zijn, maar andersom. Het is een eer, je bent uitgenodigd omdat je bij de besten behoort.’ De types die binnen komen sloffen met hun petje scheef op hun hoofd en denken: 'Wat kan ik toch goed voetballen', heb ik er na een poosje uitgezet. Daar moet je niet te veel mee vechten om hun dingen voor elkaar te krijgen.''

Na zo’n staat van dienst, kan ik mij voorstellen dat Foppe de Haan is ‘uitgevochten’. Hoewel? Ik pak het boek, dat ik van mijn goede vriend Rein Mulder voor mijn verjaardag heb gekregen. Het kan geen toeval zijn, het viel mij toe.. De titel? ‘Hartstikene Foppe’ De subtitel? ‘Een elftal lessen in leiderschap’. Was net op de helft toen ik het bericht las dat Foppe de Haan stopt als trainer. Maar ik kan nog even vooruit. Want dit boek, wordt gelezen en herlezen.. Kom ik misschien toch nog eens achter zijn geheim..

 

VERLIEZERS VAN HET NK NATUURIJS
Door: Jan Soek
Hij had er ruim tien jaar op moeten wachten, maar nu was het zover. Gehuld in een oranje winterjack, met het opschrift ‘organisatie,’ vatte hij mij vrijwel letterlijk in de kraag toen ik, na een wandeling van zo’n 500 meter vanaf de parkeerplaats, door de snijdende vrieskou in de mist een aantal dranghekken ontwaarde waar ik tussendoor liep, richting de finish, om aan de slag te gaan.

“Heeft u een accreditatie?” Nee, die had ik niet. Immers het NK Natuurijs dat op 8 januari op de Oostvaardersplassen werd gehouden was pas kort tevoren aangekondigd en het tonen van mijn perskaart moest dacht ik voldoende zijn. Ik liet de official mijn internationale NVJ-perskaart zien die normaal gesproken de deuren van alle mogelijke sportevenementen vrijwel altijd voor mij opent. “Dat is een mooie kaart meneer.. Maar geen accreditatie!” De de brave man had dat heel goed gezien, hetgeen je van een betrokken official mag verwachten. Wat ook zeker was, dat ik het nu al koud had en buitengewoon graag en snel aan de slag wilde gaan. Het startschot klonk. Ergens in de priemende mist zag ik de contouren van een grote groep helden van het natuurijs als een raket vertrekken op weg naar mogelijk weer tien jaar 'eeuwige' roem voor één onder hen. En ik had nog 50 meter te gaan..

Ik draaide mij om. Op zo’n 150 meter van het parcours waren ook de nodige dranghekken geplaatst waarachter de schaatsfans stonden om van het spektakel te genieten. Hoewel genieten? De nu al kleumende massa, die zich al jaren had verheugd op eindelijk weer een nationaal kampioenschap, was niet echt een ‘ereplaats’ gegund om hun favorieten aan te moedigen. Later las ik dat maar liefst 1,5 miljoen mensen de rechtstreekse uitzending op tv hadden gevolgd. In dit geval zaten de kijkers op de eretribune en werden de ware fans, die de kou en mist trotseerden, door de organisatie feitelijk buiten de ‘poort’ gehouden. Ze hebben op zijn best de luid schetterende speaker horen schreeuwen dat Sjoerd Huisman de titel bij de mannen won. Jammer dat de organisatie zich vooraf te weinig verdiept leek te hebben om als ‘gastheer’ van de hondstrouwe ijsfans op te treden en hen, na zoveel jaren hunkerend hopen en wachten, van een gegunde ereplaats langs het parcours te voorzien.

Mijnheer, u doet u werk en ik wil graag mijn werk doen. Laat me er nu alstublieft door.” De official leek onvermurwbaar zoals een goed official betaamt. Hoewel, even was er die aarzeling, gevolgd door: “Loop maar mee.. dan vraag ik het even na..” We liepen richting het starthok aan de rand van de baan. Langs de boarding was het een drukte van belang. Collega’s van de sportmedia waren allemaal present om deze unieke gebeurtenis mee te maken. Hoewel media? Het viel mij op dat er wel heel veel mensen stonden met digitale cameraatjes om foto’s te maken. “Mag ik u wat vragen?” De official keek op na dit verzoek. “Als u al problemen heeft met mijn perskaart, dan krijgt u het zo vast ongelofelijk druk om die tientallen toeschouwers bij de afzetting te vertellen dat ze daar weg moeten..” De man wendde zijn blik in de richting van de enthousiaste fans waarnaar ik wees. Hij dacht even na en zei toen kort en stuurs, op een toon waarbij de autoriteit een feitelijk door hem niet erkende nederlaag dient te aanvaarden: “Loop maar door, ik heb niks gezien..."

´MENEER ARIE´
Door: Jan Soek
´Meneer Arie´ was binnen de voetbalclub waar ik vroeger als jochie speelde, het Leiderdorpse RCL, een machtig man. Of het nu ging om het oppompen en invetten van de ballen, het repareren en ophangen van de netten, het kalken van de lijnen, het openen of sluiten en schoonmaken van de kleedkamers of het aan en uit doen van de veldverlichting, ´meneer Arie´ ging daarover. Misschien ging hij wel over alles.. Dus liet je het wel uit je hoofd om ruzie met dit plaatselijk fenomeen te krijgen. Je sprak hem aan met ´meneer´ en ´u´ en je haalde het niet in je hoofd om zijn regels te overtreden, want je wist dat daar vrijwel onmiddellijk een sanctie op volgde.

Zo was het na afloop van een training bijna een doodzonde om er in de kleedkamer een puinhoop van te maken. Op het in de herfst soppende hoofdveld, een trainingsveld had de club toen nog niet, diende je na de training eerst de ergste blubber van je voetbalschoenen op een rooster af te kloppen voordat je de kleedkamer betrad. En het achterlaten van chipzakjes, uitgekauwde kauwgom en andere troep was uit den boze. O ja, je kon het proberen, maar je wist vervolgens zeker dat hij jou of het hele team terugriep om de rotzooi op te ruimen. Ook liepen we de kans, als het een enkele keer echt uit de klauwen was gelopen, dat hij bij de volgende training de veldverlichting pas een half uur later aan deed.. Het geven van een ´grote smoel´ over zoveel jouw aangedaan onrecht kwam niet in je hoofd op! Het waren de spelregels van ´meneer Arie´ en daar hield je je vrijwel altijd aan. Zo niet, dan accepteerde je -inwendig scheldend en tierend- de door hem opgelegde sanctie. En mekkeren bij de trainer of bij je ouders was volkomen zinloos. Die waren het op voorhand met de opgelegde straf eens. Erger, ik liep thuis het risico nog een extra ´toetje toe´ te krijgen..

Of ´meneer Arie´een boeman was.. Nee, helemaal niet! Ik herinner hem als een toffe kerel die altijd voor ons klaar stond en die er volgens mij ook altijd was! Een echt verenigingsdier die alles over had voor zijn kluppie. Maar hij hanteerde een aantal simpele regels die met zoiets als 'respect' voor de club en voor hem te maken hadden.

'Meneer Arie' was er ook één, van de overigens velen in die tijd, die onbewust besefte wat het betekende lid te zijn van een vereniging. Voelde instinctmatig aan dat in essentie dit woord ´verenigen´-is ´samen´- in zich herbergt en welke consequenties dit met zich meebracht. Dat een vereniging voor al haar leden betaalbaar kan zijn en blijven als iedereen, in meer of mindere mate, meedoet. Iedereen, dus ook bijvoorbeeld ouders van de jongste jeugdleden. Jammer dat in deze tijd teveel opvoeders sportverenigingen zien als ´dumpclubs´ waar ze hun kroost kunnen afzetten om zich vervolgens over te geven aan bijvoorbeeld onze nationale vrijetijdsbesteding ´statten´,´statten´ statten´, ´kopen´, ´kopen´ kopen´! Dit alles onder de slogan ´We betalen er immers voor..´. Ik denk van niet.. Want één ding is zeker, als alle ´meneren Arie´s´ binnen al die duizenden sportclubs vanaf vandaag het minimale uurtarief van vijf euro ´zwart´ zouden gaan rekenen, we binnen een maand nog honderd verenigingen in dit land over zouden hebben. Het wordt tijd dat heel veel verenigingen dat hun achterban eens duidelijk gaan maken.

RUIM VIER MILJOEN PER MEDAILLE
Door Jan Soek
De Algemene Rekenkamer is bezig geweest om dat te doen waar ze goed in zijn, ze zijn aan het rekenen geslagen. En bij een 'nieuwe' klant! Want voor het eerst in de historie van NOC*NSF hebben de rekenmeesters van de overheid de gelden van deze sportkoepel onder de loep genomen daar waar het gaat om de kosten en opbrengsten van het Nederlands topsportbeleid.

Dat werd tijd. Immers, tot nu toe controleerde onze Nationale Sportkoepel zo’n beetje zichzelf, ondanks de vele protesten in het verleden ook vanuit de Tweede Kamer die dat maar niks vond. Natuurlijk was voorzitter Erica Terpstra ineens razend enthousiast met de komst van 's lands boekhouders! “NOC*NSF is blij verrast met het initiatief van juist de Algemene Rekenkamer!” En: “Dit onderzoek is voor ons een signaal dat Nederland het eigen topsportbeleid en in het bijzonder de financiering en organisatie daarvan serieus neemt.” Toch maar eens kijken waarover ik net zo ‘blij verrast’ als Erica moet zijn. Zelf zegt het NOC*NSF in een persbericht, blijkbaar alvast een voorschotje nemend op de toekomst: "Naar de mening van NOC*NSF vereist dat een onverstoorbare, ongeclausuleerde en langjarige inzet van vooral de sporters, maar ook van hun begeleidingsteams en de organisaties daarachter. Vaak nog wordt de aandacht afgeleid door organisatorische en financiële vraagstukken. De Algemene Rekenkamer beschrijft de samenwerking van de overheid met de sport als een ‘subtiel samenspel’".

Ik betrap mij erop dat mijn rechterwenkbrauw omhoog schiet. Heb het niet zo op de woorden ‘ongeclausuleerde en langjarige inzet’.. Ja oké, van sporters en hun begeleidingsteams. Maar van de organisaties daarachter? Wie zijn dat? De daaropvolgende zin maakt veel duidelijk! Het gaat blijkbaar zo’n beetje om een blanco cheque ten behoeve van de voorbereiding op de Spelen in Londen in 2012! Mijn andere wenkbrauw is inmiddels ook de lucht in gevlogen en ik merk dat ik de vreugde van het NOC*NSF-icoon allang niet meer deel! Zeker omdat uit hetzelfde rapport van de rekenkamer blijkt dat de medailles die Nederland won uiteindelijk 4,4 miljoen (!!!) euro per stuk hebben gekost... Een 'plak' van de o zo populaire Paralympische Spelen stak hier schril bij af. Die kostte ons land 'slechts' 324.000 euro per stuk op een totaal van 22 medailles. Opgeteld hebben we in de aanloop naar de Spelen per jaar 6,4 miljoen opgehoest die rechtstreeks ten goede kwam aan de topsporters en legden de sportbonden zelf nog eens zo'n 63 miljoen op tafel voor topsport (contributies, sponsors en privaat geld). En dan hebben we het maar niet over het gigantische bedrag dat de NOS heeft moeten betalen voor het verkrijgen van de uitzendrechten en de kosten die het met zich meebracht om u al dat fraais in de huiskamer te tonen!

Ja, ik kan mij voorstellen dat de overheid en de Sport het spel zeer subtiel moesten spelen om voor 16 medailles zo’n bedrag binnen te slepen! Zeker in een tijd waar instellingssubsidies voor de, ook recreatieve, sportbonden nog steeds onthouden worden door staatssecretaris van ook Sport Jet Bussemaker, met als –blijvende- stelling dat zij daar zelf verantwoordelijk voor zijn. Een belachelijke redenering. Immers, de minister van ook Onderwijs, Ronald Plasterk, zorgt niet alleen voor gebouwen, boeken en computers maar betaalt het personeel van de scholen ook netjes uit.. Maar Jet denkt nog steeds dat vrijwilligers geacht worden de jeugd te begeleiden, lijnen te kalken, de kantine draaiend te houden, de administratie te verzorgen, het vervoer te regelen, de centjes te beheren, de club te runnen en dat voor misschien een bloemetje en een fles wijn maar meestal voor hooguit een bedankje.. Tel uit de ‘gouden’ winst voor de breedtesport en haar vrijwilligers!


HET HART VAN DE SPORT IS OP HOL GESLAGEN

Door Jan Soek
Regelmatig zie ik het gezicht nog voor me en klinkt de stem van de oud-wielerprof, ex-ploegleider van de TVM-formatie en de huidige motar van NOS Radio Tour de France, Guido van Calster in mijn hoofd. Het bijna serene gezicht dat hij trok toen ik hem interviewde voor Sportfacilities Magazine en hij verwoordde hoe hij als jonge jongen door de grote Eddy Merckx werd gebeld met de vraag of hij voor zijn ploeg wilde rijden. Guido spreidde zijn handen, keek naar de hemel en zei tweemaal: "Ik was tegen de God aan het praten!" Ik zag dat hij het meende en dat moment opnieuw beleefde. Het was een intense verzuchting van een mooi mens.

Volgens mij helemaal niet gemeend en zeker niet mooi was de reactie van Vader Abraham, alias Pierre Kartner, op het bericht dat Yuri van Gelder niet naar de Olympische Spelen wordt uitgezonden, ondanks zijn tweede plaats tijdens het afgelopen WK-turnen. Voor tv kwam de 'Vader' even vertellen dat ook hij vond dat Yuri groot onrecht was aangedaan en dat -ondanks dat hij geen barst verstand heeft van turnen- ook hij vond dat de Jerommeke van de Ringen alsnog richting Peking moet worden gestuurd. Natuurlijk had de voormalige hit- en mannetjesmaker al een dijenkletser opgenomen om zijn betoog en portemonnee te ondersteunen. Onecht, één grote komedie. Het had niets te maken met een oprechte liefde voor de Sport, maar het kwam bij mij over als de zoveelste commerciële uitbuiting van het product Sport, nog erger, van het product Van Gelder. Neem Europarlementariër Joost Lagendijk, die in een interview dat ik met hem mocht hebben voor opnieuw Sportfacilities Magazine ondermeer zei: "Laten we eerlijk zijn, Frans Beckenbauer is dé man van Bayern München en helemaal van de grote Europese clubs. Zijn leven hangt aan elkaar van commissariaten bij sponsors van de Champion Leaque." Voorbeelden die de huidige stand van zaken in de wereld van de Sport feilloos blootleggen. Een Sport waarin het nog steeds gaat om de prestatie, de ontmoeting, verenigingen, het verbinden, de competitie, het spel, het enthousiasme, de treurnis en het opzoeken van grenzen. En Sport als consumptieartikel, keiharde business, belangen. Waar mogelijk soms sprake is van uitbuiting van jonge kinderen, die gek gemaakt worden door ook dubieuze 'zaakwaarnemers', waarbij je je niet aan de indruk kan ontrekken dat deze zakkenvullers in de eerste plaats zorgen dat ze hun eigen zaken buitengewoon goed waarnemen.

Even terug naar Guido van Calster. Even verder in het interview merkte ik op dat in de afgelopen Tour de France hij in verwarring en aangeslagen leek. Dat was op het moment dat hij hoorde dat de Gele Trui-drager van dat moment, Michael Rasmussen, uit de Tour werd gehaald. Totaal ontdaan zei toen: "Dit doet pijn, écht pijn Jan! Ze maken mijn Sport kapot!" Guido, je zou wel eens gelijk kunnen hebben. Niet zozeer de sporters, maar de geldsjouwers, gifmengers als de Spaanse arts (wat heet) Fuentes, tv-bonzen en sommige bondsbonzen en veel te rijke poenerige patsers, hebben zich inmiddels genesteld in het hart van die o zo mooie Sport. Een hart dat inmiddels binnen een aantal professionele sporten volledig op hol is geslagen. Het is wachten op een infarct, omdat mogelijk eens de tijd komt dat het volkomen overvraagd wordt. 'En dat doet pijn!, zou Guido zeggen. 'Heel veel pijn!'

EN 'MONUMENT' NEEMT ONGEWILD AFSCHEID
Door Jan Soek
Een monument heeft aangekondigd afscheid te nemen van de Tour. Iedereen heeft hij zien komen en gaan en nu is hij zelf aan de beurt. Ferry de Groot, die in Nederland de wereldberoemde 'mijnheer De Groot' samen met André van Duin inhoud gaf in de Dikvoormekaar-show, gaf zo’n beetje halverwege de Tour van dit jaar aan dat dit zijn laatste Ronde van Frankrijk was. Bij het grote publiek is niet zo bekend dat Ferry zijn 'vaste' baan redactiechef van Langs de Lijn is. Ruim twintig jaar gaf hij eerst mede vorm aan ondermeer Radio Tour de France. Later werd hij verantwoordelijk voor alles wat Sport is bij de NOS-radio, dus inclusief succesvolle programma's als Radio Tour de France en Radio Olympia.

Ferry en ik kennen elkaar buitengewoon goed. Een echte vriendschap,die dateert vanaf de Olympische Spelen '92, is er tussen ons ontstaan. Toen hij mij een aantal maanden geleden in vertrouwen vertelde dat hij zou stoppen bij Langs de Lijn, was ik overdonderd en verbaasd! 'Heb je er geen lol meer in?', was mijn vraag. Ik had daar in al die jaren dat ik hem kende nooit iets van gemerkt. Integendeel. Heel langzaam had hij het team van Radio Tour de France gekneed tot een soepel draaiende machine. Een team waarbij hij altijd de nadruk legde op verantwoordelijkheid, initiatief en creativiteit. Doordacht en overwogen paste hij talentvolle jongeren in de ploeg, zoals Sebastiaan Timmerman, Edwin Cornelissen en dit jaar Steven Dalebout. Ook in Hilversum brak achter en voor de microfoon veel jong talent door. Het was en is altijd Ferry zijn trots geweest, dat kansen geven aan jonge mensen! En nu, zo onverwacht stoppen? 'Heb je er geen lol meer in?' Een langgerekt “Neeeee Jan!! Dat is het niet! Dat heeft er niks mee te maken!”, volgde. "Integendeel, ik zou nog graag een aantal jaren doorgaan!" Ja, ik wist dat de Sport binnen de NOS in 2007 gezamenlijk aan de slag moest gaan. Geen gescheiden afdelingen Radio en TV meer. En dus moest er ook één leiding komen. Eerder had ik in een interview met de opperbaas van de NOS, Gerard Dielissen, gelezen dat hij zich het liefst met 'vertrouwelingen' omgaf.. Maar het kon toch niet zo zijn dat een man die op een meer dan voortreffelijke wijze vorm en inhoud had gegeven aan Langs de Lijn en eindverantwoordelijk was voor het succes van programma's als Radio Tour de France, zomaar opzij geschoven werd omdat hij mogelijk niet tot die 'vertrouwelingen' behoorde? Mijn conclusie maakte me verdrietig. Ferry wilde niet weg, maar werd gedwongen, bedacht ik. En nu stapte hij op.

Hij wenste op de laatste dag van de Tour niet naar de elk jaar weer overweldigende aankomst op de Champs in Parijs gaan. Geen slotaccoord alsjeblieft!. Geen finish, geen gedoe, geen tranen, geen emoties. Op zijn verzoek bracht ik hem 's ochtends vroeg naar een Parijs station. In stilte wilde hij vertrekken. Nee, hij ging hij niet naar zijn woonplaats Nunspeet, waar zijn trouwe kat Toon zich nog steeds vertwijfeld afvraagt waar het baasje blijft. En zeker ook niet naar Hilversum, waar hij op een zijspoor is beland. De chef nam de trein naar Zuid Frankrijk. Toen die kleine, grote man wegliep met zijn koffer en zijn laptop, moest ik slikken. Het kan toch niet waar zijn? Na twintig keer Tour de France heeft de Radio equipe geen 'chef' meer.. Boos en in verwarring ging ik achter het stuur van mijn wagen zitten. Een Tour zonder de chef, het lijkt me ondenkbaar! FERRY, BEDANKT!!


HET LAND VAN NORMEN EN WAARDEN
Door Ferry de Groot
Dit is het land van normen en waarden. Het land waar de minister-president de ooghoeken nauwelijks droog kan houden, als hij constateert dat er in de tram niet meer voor zijn bejaarde schoonmoeder wordt opgestaan. Het lijkt een ingestudeerde tekst, die net als de veren in zijn eigen kont over het beleid van de afgelopen jaren, bij iedere gelegenheid wordt afgedraaid. Balkenende is een typische bestuurder. Meestal inspelend op de waan van de dag, zich zo uitdrukkend dat er, als er in een volgende periode niets gebeurt, niet hoeft te worden afgerekend. Neem nou eens de stelselmatige verontwaardiging bij voetbalrellen.

Trainer Frans Adelaar van ADO/Den Haag zag de bui al weken hangen. Vijf punten uit 15 duels. Een selectie bestaande uit individueel aardige voetballers die niet meer door hun trainer tot een hechte groep gesmeed kon worden. Adelaar verloor overwicht en hij vreesde binnen afzienbare tijd door het bestuur aan de kant te worden gezet. En toen… braken de supporters door de hekken. En Adelaar kwam naar buiten met “bedreigingen tegen mij en mijn gezin”. En toen zei Adelaar dat hij stopte omdat men zijn veiligheid niet meer kon garanderen. Wat een toeval. Wat een drama. Een voetbaltrainer (die als speler in Utrecht nooit echt veel moeite had om een collega van de tegenpartij doormidden te trappen) slachtoffer van gebrek aan normen en waarden.

Maar in één ding had Adelaar absoluut gelijk. Nadat hij zijn zeikverhaal in het programma van Pauw en Witteman had gedaan, viel hij de daar aanwezige oud-minister Hans van Mierlo aan op de apathie van politici. Mooie algemene woorden maar nauwelijks draagkracht. Al jaren vraagt de geplaagde voetbalwereld naar de invoering van een voetbalwet zoals die in Engeland geldt. Zware straffen voor mensen die zich in een stadion misdragen en een strafrechtelijk afgedwongen meldingsplicht. Lijkt toch eenvoudige oplossing. Pietje misdraagt zich bij zijn club en moet zich één of twee jaar lang bij iedere wedstrijd van zijn club op het aanvangstijdstip melden bij enig politiebureau in Nederland. Er zullen er na alle bezuinigingen in het weekend toch nog wel een paar open zijn? Niet melden betekent: ophalen en achter slot en grendel. In Engeland werkt het fantastisch.

En waar is de Nederlandse wetgever? Die verschuilt zich achter schijnbare juridische argumenten. Overlegt na iedere rel weer met de 'driehoek', spreekt er schande van en haalt het stokpaardje normen en waarden maar weer eens uit de kast. Ik hoop dat ik het nog eens zal meemaken. Een daadkrachtige minister van Justitie die met een wet komt, een rechterlijke macht die het belang van die wet ondersteunt en een gemotiveerde minister van Binnenlandse Zaken die het politieapparaat motiveert om die wet consequent uit te voeren. Veilig met het gezin naar het stadion om te genieten van sport en sportiviteit. Met als bijkomend effect dat slecht presterende trainers als Frans Adelaar hun eigen falen niet kunnen verbergen achter het gebrek aan normen en waarden van het voetbalpubliek.

Ferry de Groot is chef Sport bij de NOS-radio. Ook was hij ondermeer, samen met Andre van Duin, heel wat jaren te horen in ‘De Dik voor Mekaar Show'. De twee waren ook verantwoordelijk voor de mateloos polulaire Animal Crackers, waar miljoenen tv-kijkers wekelijks naar uitkeken.

LUISTERT DE POLITIEK DIT KEER WEL?
Door Jan Soek
Nooit zal ik het beeld meer vergeten. Het beeld van een onmetelijke mensenmassa, die uit alle hoeken en gaten van het land in 1981optrok naar het museumplein in Amsterdam, om te laten weten dat ‘wij’ écht tegen de komst van de kruisraketten waren. In een bomvolle trein hingen we met massa’s uit het raam om onze onbekende familieleden juichend toe te zwaaien die met bussen en auto’s, evenwijdig rijdend aan de spoorlijn, dezelfde richting uitgingen. Een oorverdovend en eindeloos ‘getoeter’ was hun antwoord. Nee, het hele protest die dag heb ik niet meegemaakt. 400.000 mensen bleken iets teveel van het goede voor mijn gestel. Zeker omdat ik mij zo’n beetje in het midden van de massa bevond. Toen iets van paniek toesloeg, omdat ik me afvroeg wat er zou gebeuren als de ‘familie’ achteraan naar voren zou gaan lopen, om ook een glimp op te vangen van hetgeen zich op het podium afspeelde.

Uiterlijk onbewogen, maar van binnen bloednerveus, baande ik mij een weg door de honderden rijen naar de zijkant, om uiteindelijk te vertrekken. Aan de ene kant voelde ik mij een beetje een lafbek, die zijn missie niet had volbracht. Ik had mijn ‘broeders en zusters voor één dag’ immers in de steek gelaten en was hem gesmeerd. Aan de andere kant vertrok ik met een gevoel dat niemand, maar dan ook écht niemand, in politiek Den Haag om dit indrukwekkende, massale protest heen kon. Maar tot mijn verbijstering bleken al die stemmen van al die honderdduizenden niets te helpen, werden ze niet gehoord! Bijna een half miljoen mensen waren tot mijn ontsteltenis niet genoeg om de komst van die vermaledijde vernietigingswapens af te wenden. Ik snapte er niets van! Begreep niet dat politici, bestuurders en beleidsmakers net deden of al die mensen niet bestonden! Of ze niet met eigen ogen hadden gezien en ervaren hoeveel mensen dat wel zijn, die bijna half miljoen intens kwade, verdrietige en teleurgestelde mensen! De levensbeschouwelijke koepels; NCS, NKS en NCSU vertegenwoordigen een kleine miljoen leden. Om precies te zijn ruim 800.000. Veruit de meeste van die leden zien sport als een recreatieve bezigheid, waarin gezelligheid, ontmoeting en lekker sporten centraal staat. ‘Sporten om de lol’ dus. Voor ‘de fun’. Heel veel bonden van die leden zagen - en zien- aansluiting bij de ‘grote sportbonden’ niet zo zitten. Te veel topsport gericht, te weinig oog voor de recreatiesporter, vinden ze. Ook was, en is, er nogal eens geen plaats voor de aparte sporten onder die kleine bondjes. Vraag dat bijvoorbeeld maar eens aan de hondensportverenigingen. Erkenning was jarenlang –en ook nu nog- ver te zoeken. Al die honderdduizenden sporters, bonden en bondjes waren wel van harte welkom bij die ‘buitenbeentjes’ onder de sportbonden, de NCS, NKS en NCSU. Maar in het kader van de bezuinigingen moesten die drie veel geld inleveren. En ook de landelijke koepel NOC*NSF, waarin al die prestatiegerichte bonden verenigd zijn, zagen die koepels eigenlijk niet zitten. Dus krijgen de drie, ondanks eerder gemaakte afspraken dat subsidiëring gecontinueerd zou worden, als het aan NOC*NSF ligt vanaf nu geen subsidie meer. Daarnaast heeft CDA staatssecretaris Ross-Van Dorp onlangs nog eens onbarmhartig duidelijk gemaakt dat, als het aan haar ligt, de geldkraan dicht blijft. Dit ondanks brede protesten uit de Tweede Kamer van ondermeer Gerdi Verbeet (PvdA), Ed van der Sande (VVD), Agnes Kant (SP) en haar eigen partijgenoot Joop Atsma.

Tot nu toe is het geluid van die ruim 800.000 recreatieve sporters tegen dovemans oren gericht. Maar ja, we staan vlak voor de verkiezingen. En alle partijen beloven traditioneel heel veel moois, goeds en aantrekkelijks. Ook voor de Sport. Het ene leuke idee volgt op het andere. Maar daar koop je te weinig voor. Dat zijn leuke projectjes en ‘snoepgoed’ voor ook de sportieve kiezers, maar structureel worden er nauwelijks keuzes gemaakt. Ik ben meer benieuwd welke partijen zich keihard gaan maken –het liefst deze week nog!- om die ruim 800.000 sporters en ‘hun’ levensbeschouwelijke koepels de mogelijkheid te geven om door te kunnen sporten! Het is misschien gek, en heb ik van de les van 1981 nog helemaal niets opgestoken, maar opnieuw zegt mijn nuchtere verstand dat ook nu ‘de politiek’ niet om het bestaansrecht van die koepels heen kan. Dat ze zullen opkomen voor opnieuw een massa mensen die, in dit geval, niets liever willen dan door kunnen sporten bij de bonden die hen zo vertrouwd zijn. Hopelijk luisteren politici dit keer wel… Maken ze nu eens waar wat volgens mij tot 'Truusexcuus' is verworden, het 'trekken van lessen uit het verleden, voor het voeren van toekomstig beleid'...

KATER
Door Jan Soek
Heeft u dat ook? Die kater aan het eind van deze zomer, waarin zoveel moois leek te gebeuren en het uiteindelijk niet zoveel werd. Waar de verwachtingen te hoog gespannen waren, het te heet was, het daarna teveel regende en je verlangde dat alles weer snel normaal zou worden. Zoals moeders -en steeds meer vaders, niet te vergeten!- reikhalzend uitkijken naar het moment dat de schooldeuren weer openklappen. Dat gevoel!

Of het geluid van de wekker, die weken niet was gezet, en je nu weer op een normale tijd wakker maakt. Van gewone, dus koude, ochtenden. Met eerst –in mijn geval- een bak koffie, krantje en de onvermijdelijke sigaret. Dat als je naar buiten gaat ook de ‘wereld’ weer in het ritme blijkt te komen van alledag. De straten er weer gewoon uitzien, met hier en daar de eerste bladeren die al van de bomen vallen. Je weer post blijkt te krijgen en daarom ook weer rekeningen… De telefoon meer gaat en je mailbox weer ouderwets vol zit. Je weer vrolijk in de file staat en je agenda weer lekker vol loopt. Heerlijk! Allemaal zaken die goed zijn om de kater te verdrijven. De kater van die stupide Oranjegekte. Die overspannen verwachtingen van een WK-voetbal, dat nauwelijks hoogtepunten kende. Ja, misschien de aparte wijze van afscheid nemen, doormiddel van een kopstoot van de Franse superster Zinedine Zidane. Ik vond zijn actie afschuwelijk en onbegrijpelijk. De Fransen blijkbaar niet, want het voetbalgenie kwam als nummer 1 uit de bus in de populariteistspoll van de Franse krant Le Journal du Dimanche. Het aanhoudende gezeur rondom het selectiebeleid van Oranjebondscoach Marco van Basten. De belangrijkheid van voetbal in het algemeen. Het bezorgt mij een kater! Het gedoe rondom een dopinglijst van ene dokter Fuentes uit Spanje, die er voor zorgde dat de grote favorieten voor de Tour de France, Ivan Basso en Jan Ullrich, hun fiets al voor de start van de Tour in het rek konden zetten. Ik had overigens nog nooit van die Fuentes gehoord en vraag me af ‘wie wel’.. Heb een kater van het feit dat op deze lijst talloze andere sporters schijnen voor te komen, maar we niet mogen weten wie dat zijn.. Nee, sterker, we er niets meer over horen. Zoiets levert bij mij een kater op. De kater dat opnieuw een Amerikaan de Tour won, maar dat die Amerikaan, Floyd Landis, zijn gele trui weer mocht inleveren, nadat hij eerst op de Champs Elysee was gehuldigd, omdat hij minder slim bleek te zijn dan zijn voorganger. En dan Wimbledon. Dat toernooi bezorgt mij al jaren een kater! Omdat de Nederlanders er hooguit een enkel rondje spelen en er altijd iets is met blessures en ander leed.

Of er dan helemaal niets te genieten viel deze zomer? Jawel! De fantastische, mogelijk onderbelichte, prestatie van Open Water zwemmer Maarten van der Weijden, die met een zilveren plak op de tien kilometer van het EK terugkwam. Maarten zweefde een aantal jaren geleden tussen leven en dood toen hij leukemie bleek te hebben. Hij genas, pakte zijn sport weer op en vocht zich terug naar de top! Een werkelijke grootse prestatie van een letterlijk groot sportman! Het goud van Bram van Som op de 800 meter tijdens het EK-Atletiek, was ook zo’n uniek moment! En.. de mededeling van Minister Hans Hoogervorst dat hij de politiek vaarwel zegt! Voor mij is dat laatste feit het absolute hoogtepunt van deze sportzomer 2006!

ORANJE-NEP
Door Jan Soek
Ondanks dat het nog even duurt, is het grote nepcarnaval in ons land in volle hevigheid los gebarsten. Daar waar delen van de bevolking al zo’n tien jaar de nodige moeite doen om ons zo’n beetje het onbeschoftste, asociaalste en onverdraagzaamste landje ter wereld te laten worden, slagen wij de afgelopen- en komende tijd er ongetwijfeld ook in om glansrijk van het hier en daar nog heersende beeld van de nuchtere Hollanders, niets heel te laten. Integendeel, miljoenen zitten startklaar om zich totaal over te geven aan de nationale oranjegekte tijdens het komende WK-voetbal, onder het motto: ‘Niets is ons te dol, zuip jezelf vol..’

Bedrijfsleven en middenstand hebben de voorzet allang gegeven. Een voorbeeld? Vorige week stapte ik weer eens welgemoed richting de kroeg voor een goed gesprek en een nog lekkerder pilsje. Helaas, plotsklaps bleek tot mijn verbijstering het biertje in mijn hoogsteigen stamkroeg ineens, god betere het, een oranje kleur te hebben gekregen. Het nepvocht werd door kroegbaas de Dikke met een vette grijns en pretogen op nepgras voorzien van nepkrijtlijnen, die blijkbaar het vertrouwde hout van de bar voor de komende twee maanden had verdrongen, voor mij neergezet. De Dikke had ook nog eens een oranje voetbalshirt aan waarop de achterkant de naam van ‘Van Nistelrooy’ was gedrukt. In een poging de oranjegekte, al was het maar voor mijzelf, te keren riep ik: “Hé Ruud, doe effe normaal.. Geef me een gewoon biertje..” Er volgde geen reactie. De Dikke bleek nog niet te beseffen dat hij, getooid in dat verschrikkelijke nepshirt, de komende periode ook met ‘Ruud’ kon worden aangesproken. “Hé Ruud! Geef me even een gewoon biertje man!” De reactie van de mij zo dierbare kroegbaas trof mij als een dolksteek: “Doe effe normaal met je ‘Ruud’! Dit is toch gewoon bier? Bevalt het je niet?” Ik gooide twee euro in zijn nepgras en verliet het voor mij tot nepkroeg omgebouwde café van de Dikke.

“Stik met je WK!” mompelde ik binnensmonds toen ik de deur uitliep. Het viel me mee dat ‘tie nog niet met zo’n achterlijke helm op zijn dikke kop rondliep. ‘Als je dan toch debiel gedrag wil vertonen, doe het dan goed!’ hoorde ik mij tegen mezelf zeggen. Analyse was hard nodig: ‘Je moet toch geen enkel gevoel voor verhoudingen en enig respect voor je medemensen hebben om een dergelijke oranje gekleurde 'nazi-helm' op de markt te durven brengen. En je kan toch onmogelijk, wie dan ook, onder ogen komen met zo’n ding op je harses?’ vroeg ik mij af terwijl ik naar huis toe slenterde. ‘Wie zo’n helm niet alleen opzet, maar ook nog eens durft te dragen, maakt wel heel erg opzichtig duidelijk hoe hij –en misschien hier en daar een zij- in het leven staat..’ Al mijmerend en mopperend liep ik het tuinpad op van mijn huis. Ik voelde dat ik mij ergerde aan- en op te winden over al het overvloedige oranjenep dat rondom het komende WK-voetbal werd uitgestrooid.

Toen ik binnenkwam werd ik iets te jolig begroet door mijn vriendin. “Je raadt nooit wat ik heb gekocht!”, riep ze enthousiast. Aangezien ik het raden naar gekochte zaken al lang geleden heb opgegeven omdat ik het altijd mis heb, was mijn antwoord zoals gewoonlijk: “Geen idee, zeg het maar.” Giechelend pakte ze een klein plastic zakje. Het waren niet alleen pretogen die mij aanstaarden..: “Ik denk wel dat jij dit hartstikke leuk gaat vinden..”, kirde ze. Ik moest toegeven dat het veelbelovend klonk. “Je maakt me nieuwsgierig, laat eens zien!” opperde ik met een vette grijns. Bij het zien van de inhoud van het zakje slaakte ik echter een rauwe kreet: “Nee hé!! Dat niet!! Ben je hele maal gek geworden!” In haar hand hield ze een minuscule oranje string, voorzien van een piepklein, brullend leeuwtje! Verbazing, onbegrip en teleurstelling stonden in haar ogen te lezen: “Ik dacht dat je het leuk zou vinden! Ik heb er een naam op laten drukken van één van de spelers van het Nederlands elftal die mij te binnen schoot, Van Nistelrooy.” “Nee! Nee!! Nee!!! Zeker geen Van Nistelrooy!”, riep ik, denkend aan dat veel te kleine oranjeshirt waaronder de golvende buik van de Dikke, als ware het de branding, heen en weer deinde. “En ook geen Oranje! Geen niks, geen niemand!! Het is allemaal heel erg nep weet je!! Dat hele WK! En ik had van jouw verwacht dat zeker jij daar nooit in zou trappen!” Ik besefte dat ik totaal overspannen en volkomen verkeerd reageerde, maar toch.. “Ja, maar ik wil er wel een spelersnaam op laten zetten. Weet jij er dan één? Dan ruil ik hem! Zoveel weet ik er niet vanaf..” Door mijn onbehouwen gedrag fluisterde ze de laatste zin bijna. De toon en teleurstelling raakte mij echter als een mokerslag. Radeloos was ik en verslagen voelde ik mij. “Doe maar Kuijt..”, antwoordde ik haar nu zacht, om mij vervolgens direct te realiseren dat ik ook voor de bijl was gegaan voor het grote oranjenep..

OOGSTEN
Door Jan Soek
Het gaat weer goed met de economie!’ Althans, dat wil het kabinet ons doen geloven. Logisch, want het is inmiddels traditie dat, tegen de tijd dat de verkiezingen eraan komen, er ‘geoogst’ dient te worden. Ja, ‘dient’! Want je kan het als politicus het niet maken, al gaat het nog zo slecht, dit toe te geven. Laat staan uit te dragen! Zoiets zeg je alleen vlak na de verkiezingen.. En dat met een looptijd van hooguit drie jaar.

Alleen al bij het woordje ‘oogsten’ weet ik uit welke hoek de wind waait en vermoed ik tevens dat de andere –grote- coalitiepartner dat helemaal goed vindt, hoewel het niet bepaald het woordgebruik is wat zijzelf zouden hanteren. Maar ja, zolang het gaat zoals zij willen, mag dat ‘geoogst’ worden genoemd. Ik weet echter niet of het een feit is- of wordt de komende tijd! Heb daar zo mijn twijfels over. O ja, constateer wel dat de inkomsten van bijvoorbeeld olie- en verzekeringsmaatschappijen naar duizelingwekkende hoogte stijgen en dat ook de banken het meer dan ‘goed’ doen. Aan de andere kant zie je niet echter het ene na het andere kleine winkeltje verdwijnen -er werden het afgelopen jaar 'slechts' 10% meer faillissementen uitgesproken- maar ook heeft bijvoorbeeld een groot levensmiddelenconcern onlangs aangegeven een groot deel van haar vestigingen te sluiten. Ik kan dat geen ‘oogsten’ noemen. Althans, het is geen oogst die gelijkelijk lijkt te worden verdeeld onder de ‘werkers’ Het is meer een ‘oogst’ waar alleen een enkele ‘herenboer’ van profiteert.

Aan zo’n ‘herenboer’ moest ik denken toen ik het bericht las dat de KNVB inmiddels de status van miljardair heeft bereikt. Uit een, in opdracht van de voetbalbond, uitgevoerde studie door het onderzoekscentrum Ecoris blijkt dat in 2004 in Nederland ongeveer 2,5 miljard euro aan dit spelletje is besteed. Consumenten en vrijwilligers legden samen in 2004 het lieve sommetje van 1,85 miljard euro op tafel, terwijl sponsors 485 miljoen euro in de voetbalpot stopten. Dat is fijn voor de KNVB! Maar als, vrijwel op hetzelfde ogenblik dat dit bericht vrijkwam, je dan leest dat bij de ‘andere’ sportbonden de pleuris zo’n beetje uitbreekt als het ministerie van Justitie laat weten dat mogelijk de veertig (!!) miljoen van de Lottogelden niet meer als vaste zekerheid –wat wel was afgesproken!- naar de sport gaat, dan zie ik daar hooguit een totaal mislukte ‘oogst’ in. Een ‘oogst’ die aan de veel kleinere bonden blijkbaar niet gegund wordt. O ja, ik heb ook gelezen dat de staatssecretaris van Sport, Ross-Van Dorp, het daar helemaal niet mee eens is.

Dat is fijn, maar het is niet alleen gedacht maar ook gezegd en niet door het eerste de beste ministerie, met aan het hoofd een machtig man! Mij wordt wel eens te meer duidelijk hoe een belangrijk deel van de politici in ‘Den Haag’ inhoud denkt- en ook zegt te geven aan het begrip ‘oogsten’. Wat zei men ook al weer een paar jaar geleden? O ja, toen verwoordde dit kabinet het als volgt: ‘“Sport is van grote maatschappelijke waarde”.. 't Is maar dat u het weet.

BLATTER ZINGT VALS
door Bep van Houdt

Omdat het hervormingsproject van ooit kwaadwillige supporters van Cambuur zo’n succes is, heeft sport-staatssecreatis Ross van Dorp gemeenten met betaald voetbalclubs, en ook de clubs zelf, aangemoedigd dit voorbeeld te volgen. Volgens het zogenoemde Buddy-mentorproject worden lastige boys en girls, die zich fan noemen, geholpen bij het vinden van werk of het heroppakken van een studie die nooit werd afgesloten. Prachtig, prachtig! Zolang er nog steeds geen voetbalwedstrijd is waar niet wordt geknokt, verdient elk initiatief hulde.

Als supporters zingen dat het stil is aan de overkant, is dat humor. Echte humor vond ik jaren geleden op het Kasteel in Rotterdam toen Ajax-fans bij het lied “Sparta is de club van Rotterdam”, van harte aanhaakten. Maar als supporters rotzooi maken, verpesten ze de sfeer voor anderen. Omdat het volgens de autoriteiten steevast om een minderheid gaat, zitten wij nog steeds met het probleem van het vandalisme bij vooral voetbalwedstrijden. Wat ook niet gewaardeerd wordt, is dat er bij interlands gefloten wordt als –als eerste- het volkslied van de gasten wordt gespeeld. Het zal zo’n jaar of 15, 20 geleden zijn dat dit voorzichtig de kop opstak en omdat ‘nieuwe’ fans dachten dat het zo hoort, werd het alsmaar erger. Toen het voor het eerst de kop opstak, heb ik er in een radio-column gewag van gemaakt. En nog eens. Maar het hielp niet. Bij de Europese voetbalbond UEFA, of bij de wereldorganisatie FIFA, hoef je niet te verwachten dat er gauw actie tegen een uitwas wordt ondernomen en daarom heeft het 15 of 20 jaar geduurd voordat iemand zijn vingertje is gaan opsteken. Zeg niet dat ik overdrijf, want het vragen om een gele of rode kaart voor je tegenstander heeft ook heel lang kunnen voortbestaan, voordat besloten werd dat zulks met een kaart aan de indiener moest worden bestraft. En het bij het EK van 1992 getoonde shirtje-trekken wacht nog altijd op een sanctie. Wel wordt er enorm veel reclame voor Fair Play gemaakt op badges en borden, maar niet tijdens de actie op het veld. Dan begint Fair Play pas onder de douche, na vechtpartijen in de catacomben, als het zeep de sporen van de slag wegschuimt. Het wordt zeker helemaal anders als de president van de FIFA, Sepp Blatter, eens naar een wedstrijd gaat kijken, vooral als dat een duel van zijn ‘eigen’ Zwitserland is.. Een duel overigens dat tevens bepalend is voor plaatsing voor het WK! Het speelde zich af in Istanbul, waar een collega bij een wedstrijd Fenerbahce-Ajax ooit opmerkte dat het enorme schrille gefluit grensde aan absolute stilte. Het ging er of Turkije of de Helveten naar het wereldkampioenschap zouden gaan en dus kon je op je vingers natellen dat er de nodige animositeit zou zijn en dat er in Istanbul tijdens het Zwitsers volkslied zou worden gefloten. Vooral omdat Blatter er in eerdere jaren nooit wat aan had gedaan om het te voorkomen: wedstrijden zonder publiek bij herhaalde waarschuwingen, ik noem maar een zijstraat, of twee keer uitspelen bij een beslissingsduel.

Maar de FIFA-baas had nooit iets ondernomen, waarschijnlijk omdat hij geen ondernemer is, geen manager die alert is op misstanden en de zaak maar, op z’n Rotterdams gezegd, ‘laat aanrotten’ totdat het écht niet meer kan en anderen, verstandiger mensen, zich er mee gaan bemoeien en wél tot een oplossing komen. Deze ‘Bush’ van het internationale voetbal probeert wél de wet van de sport te bepalen door nu te roepen dat het volkslied bij interlands moet verdwijnen, maar de geur van de tribune en het gras en de modderkluiten in de kleedkamer heeft hij nooit geroken of gezien! Wist hij eigenlijk wel dat er voor zo’n wedstrijd volksliederen werden gespeeld? Kent hij de tekst van het Zwitserse volkslied of is hem dat even bekend als de ouverture Wilhelm Tell? Is hij even goed op de hoogte als die Hollandse radiopresentator, die het Amerikaanse volkslied de Star en Stripes noemde? Der Sepp gaat achter zijn bureautje in Bern of een ander Helvetiaans gehucht zitten en roept dat het ‘schande is wat hij heeft gehoord en gezien’! Dat er ‘geweldige straffen moeten worden uitgedeeld’! Tot hij bij thuiskomst de beelden ziet, die iedereen in Europa heeft ontvangen, waarop hij een Zwitserse voetballer bij het verlaten van het veld een oudere man –een waterdrager of zo- lichtjes ziet schoppen en dan in de nek van een Turkse speler of coach of verzorger ziet gaan hangen. Sindsdien hoor je geen ‘pep meer van Sepp’! Zijn woordvoerder heeft laten weten dat hij op persoonlijke titel heeft gesproken en niet als FIFA-preases en dat de wereldvoetbalbond op dit moment helemaal geen plannen in die richting heeft. Het zou een Nederlandse minister kunnen zijn die ook telkens de dans ontspringt. Sepp zingt dus vals. Is er bij Cambuur nog plaats voor deze hooligan onder de bobo’s?

Bep van Houdt is een puursang (radio)sportverslaggever. Bekend van onder andere het vroegere KRO's sportprogramma Goal, maar ook van NOS Langs de Lijn, waar hij met name de 'tennisspecialist' was. Tegenwoordig is Van Houdt werkzaam bij Radio West en schrijft hij ook voor
SPORT/plus

HELP!
Door Gio Lippens
Er is iets heel vreemds met me aan de hand. Ik heb het er met mijn vrouw over gehad en die kon me niet helpen. Ik heb het er met mijn collega’s over gehad en die maken het alleen maar erger. Ik denk dat ik maar eens naar de dokter ga, of naar een stervensbegeleider, want ik kom er zelf niet meer uit.

Mijn hele leven lang heb ik geestelijke steun gehad aan een paar ankerpunten. Vooral in het weekend. Ik weet niet eens meer of ik nog stam uit de tijd waarin “Sport in Beeld” op de televisie te zien was, maar gezien mijn inmiddels respectabele, middelbare leeftijd moet dat haast wel. Maakt trouwens ook helemaal niet uit hoe het heette, er was in mijn jonge jaren in elk geval al op vaste tijden voetbal op tv. Een beetje voetbal en dat werd later een beetje meer voetbal en toen nog een beetje meer voetbal en uiteindelijk heel veel voetbal.

Je leven moet zin hebben, zeggen ze wel eens. Nou, ik had op zaterdag en zondag in elk geval heel veel zin in voetbal. Eredivisievoetbal vooral, want ook al wordt overal geroepen dat we in ons landje te maken hebben met de Mickey-Mousecompetitie, ik kan geen genoeg krijgen van de samenvattingen van Heerenveen-ADO, PSV-FC Twente en AZ-Roda. Veel leuker dan Manchester United tegen Charlton Athletic of Everton tegen Portsmouth. Lekker de stammenstrijd tussen Hollandse dorpen, da’s toch veel interessanter dan al die Europese topcompetities.

En dan dus alleen de samenvattingen. Ik hoef niet zo nodig een hele eredivisiewedstrijd te zien op tv. Dat risicoloze geschuif tussen de acties door mogen de vakmensen van mij er lekker tussenuit snijden. Een beetje tempo maken en alle hoogtepunten op rij, dan werkt zelfs de poldercompetitie verslavend. Iedere zaterdagavond om half elf en elke zondagavond om zeven uur zat ik er helemaal klaar voor. Ik onthield me zelfs van de voetbaluitzendingen van mijn eigen Langs de Lijn, want ik ben nog zo’n fossiel dat het alleen maar leuk vindt om met spanning in de buik naar samenvattingen te kijken. Dus zonder vantevoren te weten hoe het gaat aflopen. Zo kijk ik trouwens ook naar speelfilms. Als ik het einde al weet, heb ik er geen zin meer in.

Die twee voetbalavondjes in de week waren dus mijn ankerpunten in het weekend. Dat klinkt saai, maar dat is het niet. Ik amuseerde me de rest van de tijd met van alles en nog wat, maar zaterdagavond half elf en zondagavond zeven uur waren heilig. En nu &***$!! is alles naar de &**$$!! geholpen door die **!!@&&! John de Mol met zijn Talpa-pretfabriek! We zijn alweer een maand of wat onderweg en ik heb nog maar drie afleveringen van De Wedstrijden gezien. De Wedstrijden trouwens, wat een geniaal brein moet die titel hebben verzonnen. Alsof je de lekkerste koekjes uit je eigen koekfabriek De Koekjes gaat noemen… Dat vreet toch geen hond?

Ik ga niet zeuren over de collega’s in de verslaggeving (die zijn in enkele gevallen gewoon goed), of over de presentatie (idem). Ik ga ook niet zeuren over dat verschrikkelijk pompeuze decor dat met overjarigheidskorting bij de BBC moet zijn gekocht of over die oud-topvoetballer die als trainer en analyst en laptop-operator wekelijks laat zien dat briljant voetballen geen garantie hoeft te zijn voor een sprankelend vervolg van je leven. Ik ga ook niet zeuren over de reclameblokken en de zelfbevredigende promoblokken en de ongelooflijke irritante eigenschap om het lekkerste voor het laatst te bewaren. Daar kan ik dus echt krankzinnig van worden. De lekkerste hapjes verdwijnen altijd als eerste van mijn bord, dan weet u dat tenminste ook weer.

Nee, ik ga niet zeuren. Ik hou gewoon mijn mond en ga mijn weekend voortaan anders indelen. Dus niet om vijf voor half elf zaterdagavond de rest van het gezin naar boven sturen, zodat ze daar de spannende speelfilm af kunnen kijken en ik in alle rust klaar kan zitten voor mijn late-night voetbal. Dus niet op zondagmiddag om vijf uur zenuwachtig heen en weer schuiven op de stoel, omdat ik zo langzamerhand wel naar huis wil. Zelfs niet de video inprogrammeren om dan maar later op de avond of zelfs diep in de nacht de verplichte voetbalkost op te peuzelen. Want ik lust het niet meer, ik vreet het niet meer. Ik val na ruim een uur kijken in slaap bij samenvatting nummer drie, nadat ik vier reclameblokken, acht promo’s en twee analyses heb moeten verwerken.

De komende jaren zullen niet gemakkelijk zijn. De verslaving zal ik nooit meer kwijtraken. Die blijft ongetwijfeld, zelfs nu ze mijn spul niet meer kunnen leveren en ik zo af en toe mijn toevlucht zal gaan zoeken in de methadonbus van John de Mol. Want dat blijft het kenmerk van een verslaving, de geest is nu eenmaal zwak. En als het vertrouwde aanbod over drie jaar weer op de markt komt, sta ik opnieuw vooraan. Maar de komende jaren wordt het vooral gedwongen afkicken en dat doet pijn, heel veel pijn. Dus als iemand me kan helpen?

Gio Lippens is verslaggever en presentator bij het sportprogramma Langs de Lijn op NOS Radio.

NIET LEUK..
Door Jan Soek
“Vinden jullie het leuk om je club te besturen?” Ik zat aan de huiskamertafel in een rijtjeswoning in Malden. Om mij heen een zestal bestuursleden van een vereniging uit die plaats. Er waren problemen. Dit keer niet van financiële aard. De kas van de club was royaal gevuld, ‘Geld was er genoeg!’, zo had men mij tevoren meegedeeld. Nee, ze hadden een schrijnend tekort aan kader en ook binnen het bestuur waren er een aantal vacatures. Ik was gevraagd om hen te begeleiden bij het mogelijk oplossen van dat nijpende probleem. De vraag overviel hen. Je kon merken dat ze alles verwacht hadden, behalve deze openingsvraag. Niemand nam het voortouw. Er werd naar elkaar- of weggekeken.

“Zo’n gekke vraag is dat toch niet, of wel?”, vervolgde ik. “Of doen jullie dit niet voor je lol?” Die ietwat provocerende opmerking liet één van hen niet over zijn kant gaan. “Geen gekke vraag?!" Ergenis spoot uit zijn ogen. "Deze club moet toch gerund worden? En wij doen dat. Al jarenlang, als je het precies wilt weten! Ja, we hebben wel eens iemand hier binnen gehad. Eén jonkie kregen we. Na een half jaar soebatten. Die dacht tijdens de eerste de beste bestuursvergadering dat hij in één avond de hele club kon veranderen! We hebben hem toen maar gelijk duidelijk gemaakt dat zoiets niet werkt! ‘Er zit hier honderd jaar ervaring knul en dat wat je allemaal wilt, hebben wij al lang geprobeerd! Maar onze mensen willen die dingen die jij voorstelt niet! Die willen alles graag zo houden zoals het is. Neem dat nu maar van ons aan!’ Daar kon dat jong blijkbaar niet tegen”, vervolgde hij, “want we hebben hem nooit meer terug gezien.” Hij keek mij uitdagend, overtuigd van zijn gelijk, aan. Iedere vorm van kritiek zou betekenen dat de avond voor mij van korte duur zou zijn, realiseerde ik me.. Hij wachtte mijn antwoord echter niet af. In plaats daarvan vond hij het nodig mij ook even mijn plek binnen het illustere gezelschap duidelijk te maken.. “Jij bent er mogelijk ook wel zo één die misschien denkt dat het makkelijk is een club te leiden; dat daar weinig bij komt kijken. Zo’n ‘bureauman’, zo’n ‘boekengeleerde’ die met een theoretisch verhaal komt; die het allemaal zo goed weet! Nou vergeet het maar! Dag en nacht zijn we met onze club bezig. Iedere minuut vrije tijd steken we er met z’n zessen in. Maar waardering? Ho maar!. Neem nu de jaarvergadering van de club. Die is toch hartstikke belangrijk! Of vind jij van niet? Jij moest eerst eens bij Dirk, onze penningmeester, gaan kijken. Die zit maanden te werken om alle cijfertjes op orde te krijgen en vat dat uiteindelijk samen in een prachtig financieel verslag. Tot op de cent nauwkeurig maakt hij het verhaal kloppend. We leggen verantwoording af over het gevoerde beleid, geven aan wat we het komende jaar gaan doen. Kortom, een bomvolle agenda waarin genoeg te bespreken is. En wat zien we? Buiten ons als bestuur drie leden, van wie er twee zijn die tijdens de vergadering de envelop nog moesten open peuteren. Over interesse gesproken.. Vijf stukjes meneer! Maar liefst vijf stukjes hebben we geplaatst in ons clubblad om meer mensen aan de slag te krijgen. Weet je hoeveel personen reageerden?” Ik werd bevestigd in mijn gedachte: “Nul, zero, nada!! En dan vraag jij of we er lol in hebben??” Hier liet hij een lange stilte vallen. Mogelijk om even bij te komen, maar zeker om het belang van dit laatste slotakkoord goed tot de aanwezigen te laten doordringen. Na deze ‘pauze’ vervolgde hij: “Zo, nu weet je waarom we je gevraagd hebben. En nu jij!”

Zijn monoloog was gaandeweg van een bries in een zuidwesterstorm veranderd. Hij dook, enigszins nahijgend, achter in zijn stoel, sloeg ‘bokkig’ de armen over elkaar heen en keek mij aan met een blik van: ‘Kom maar op als je durft!’ Ik keek hem vriendelijk, maar recht in zijn ogen aan en zei: “ Ú vindt het dus niet leuk..”

 

OPEN BRIEF..
Door Bep van Houdt
Het wordt de hoogste tijd dat wij als profvoetballers eens actie gaan ondernemen. Want beste mensen het loopt de spuigaten uit. Er lopen zulke verschrikkelijke klojo’s tussen ons in die ze scheidsrechters noemen of vierde official en die de boel elke wedstrijd voor ons lopen te verstieren. Hondelul is nog een te mooi woord voor ze. Neem nou die Beattie van Everton. Ik zit, vlak voor mijn eigen cluppie moet spelen, naar de tv te kijken en ik zie dat die Beattie binnen 10 minuten een rooje kaart krijgt van die scheids omdat ‘ie een speler van Chelsea kopstootjes geeft. Nou vraag ik je. Mogen wij als profs nou helemaal niks meer? Wordt er effe gemakkelijk aan voorbij gegaan dat wij met opdrachten in het veld staan? Kijk er nou helemaal nobody niemand meer naar dat wij de grootst mogelijke problemen met onze trainer krijgen als wij een doorgebroken speler zo maar laten gaan? Waar in welke sport laat je je tegenstander glippen? Noem mij een club die staat te juichen als zo’n gast nog scoort ook? Dat is toch niet meer van deze tijd? Het is toch geen ‘jongemeidesport’?

Het erge is ook dat als van hun een heel klein tikkie krijgt, als ik bij z’n shirt pak of ‘m van achteren tegen z’n standbeen tikt of net als die Beattie een kopstootje geeft, dat dan zo’n gast gaat liggen rollebollen of ‘ie vermoord is. Terwijl ik van de trainer instructies heb om bij die vent te blijven en er voor te zorgen dat hij geen goal maakt Dus doet ik er alles aan om het m’n trainer naar de zin te maken, want als ik het niet doe, zit ik zo een paar weken op de bank en waar moet ik dan met m’n energie naar toe? Je de hele week de pleuris trainen en dan op zondag niet spelen, daar kan ik niet tegen. Ik ben helemaal gek van dat spelletje. Op die scheids na natuurlijk. Van die ouwe lullen nemen ze daar voor. Zien elk pietluttig dingetje. Fluiten en fluiten maar. Van die gasten die thuis bij hun wijf niks te vertellen hebben, van die lui die het gootsteenkassie in motten als hun wijf kwaad wordt. En die dan op ons revanche nemen zondag. Belachelijk. Shirtje trekken ken nog net. Ze zien wel dat mijn tegenstander dat ook doet. En omdat er vanaf het begin van dat trekken helemaal niks tegen ondernomen is, hebben wij dat als standaard ingevoerd. Ik zeg al: voebal is niks voor jonge meiden. En beetje shirtje trekken, af en toe eens op z’n poten gaan staan, ‘m eens raken op z’n zwakke enkel of knie. Kijk ik heb liever dat hij een week niet speelt, dan ik. Ik zei al, de bank is niet mijn bank, als je begrijpt wat ik bedoel. Ken je je ook niet uitleven. Kan je niet eens een keertje lekker opspringen en de tegenpartij een hengst voor z’n kanis geven met je elleboog. Als je weet hoe ik daar op train, want het moet natuurlijk wel onzichtbaar zijn voor de tv. Je krijgt zo een paar wedstrijden van die aanklager, ook al zo’n eikel eerste klas. Ik wou dat we van al die bobo’s af waren. Want ik wil wel dat onze sport, de voetballerij, dat die schoon blijft.

Bep van Houdt is een puursang (radio)sportverslaggever. Bekend van onder andere het vroegere KRO's sportprogramma Goal, maar ook van NOS Langs de Lijn, waar hij met name de 'tennisspecialist' was. Tegenwoordig is Van Houdt werkzaam bij Radio West en schrijft hij ook voor SPORT/plus

 

‘LAAT JE NIET GEK MAKEN!’
Door Jan Soek
Je hebt van die jaren die de wereld op zijn kop lijken te zetten. Het lijkt erop, en misschien is dat ook wel zo, dat door de gebeurtenissen je geneigd bent je hoofd op hol te laten brengen, met als gevolg dat somberheid troef kan worden. Een fatalistisch denken trekt als een grijsgrauwe deken over het leven heen. Zij die de oorlog hebben meegemaakt, daar behoor ik gelukkig niet toe, verhalen daar nog steeds over. Maar ook zonder oorlog kan het oorlog lijken. In je hoofd.
Zo staat mij het beeld nog haarscherp voor ogen toen de wereld de adem inhield nadat de in die jaren daarvoor opgekropte spanningen tussen (toen) Oost en West in de jaren ’60 een dramatisch hoogtepunt leken te krijgen door de Cuba-crisis en de moorden op de Amerikaanse President John F. Kennedy, zijn broer Robert en de ‘zwarte’ predikant Martin Luther King. Een vliegwiel van schokkende gebeurtenissen leken de wereld in brand te zetten. De net-niet oorlog had echter in je hoofd, je denken -en daardoor ook in je doen en laten- al tientallen malen plaatsgevonden, met een voor de mensheid fatale afloop. Er was dit jaar een moment dat iets van dat gevoel van toen, nu weer door mijn hoofd heen spookte. Dat was nadat ik vernam dat Theo van Gogh was doodgeschoten, naar snel bleek, door een Islamitische fanatiekeling die –net als bij andere wereldgodsdiensten- niet door had, en hoogstwaarschijnlijk niet door heeft, dat ook zijn God huilt bij zijn poging diens plaatsvervangende ‘rechter’ te zijn. Het beeld van de eerdere moordaanslagen op Pim Fortuyn en die betreurde Haagse leraar kwam ogenblikkelijk bij mij boven. De opgekropte spanningen van de jaren ’60 waren terug. Namen bezit van mij. In een aantal plaatsen kleurde de hemel s’nachts rood. Kerken, moskeeën en scholen werden in brand gestoken. Ratten doen hun vernielende werk immers bij voorkeur s’nachts. Maken gebruik van het moment, dat voor hen eindelijk leek aangebroken. In mijn hoofd werd een oorlog, ook met vrienden en bekenden, al uitgevochten. Al die jaren hiervoor had ik mij intens verzet tegen al de zogenaamd leuke, maar o zo kwetsende, Turkenmoppen en de constatering dat ons land ‘vol’ was. Accepteerde ook in mijn privé-omgeving absoluut geen discriminerende opmerkingen, laat staan discriminerend gedrag en genoot vele malen van de gulle gastvrijheid en vriendelijkheid van de bevolking in Turkije. Ze waren en zijn voor mij een weldaad en veelal een voorbeeld van omgang met elkaar. Mijn oog viel op de NCS-slogan: ‘Sport voor iedereen!”. Een tirade van cynisme, boosheid en.. angst volgde, met als conclusie dat de NCS maar heel snel een andere kreet moest bedenken, Deze slagzin had immers in dit waanzinnige land geen inhoud meer? Laat staan dat die ooit vorm zou krijgen. ’s Nachts spookten de beelden en die woorden nog door mijn hoofd. Om de gedachten te verzetten zette ik de radio aan. Mijn favoriete radioprogramma Casa Luna zou mijn hersens tot rust moeten brengen. En in dit, op dat moment onvolprezen, nachtprogramma hoorde ik een Marokkaanse vrouw een schitterend, emotioneel pleidooi houden voor een samenleving -haar samenleving!- waarin respect voorop zou moeten staan. Zij gaf aan dat Nederland haar en haar gezin zo veel geboden had; ze leergierig was geworden om de taal te leren; koesterde de vrijheid als nooit tevoren en was dankbaar hier met- en onder ons te wonen met Nederlanders en medelanders die haar lief waren! Wat een schat! ’Laat je niet gek maken! Er moeten honderdduizenden zo zijn, zo denken!’ ‘Sport voor iedereen’, realiseerde ik mij, is een actuelere en uitdagender slogan dan ooit het geval is geweest!

DROMEN DAN LUKT ALLES
Door Frank Snoecks
Je surft aan het einde van een avondje televisie allemaal wel eens van kanaal naar kanaal. Dit heet zappen. Zappen is een sport op zich en bezorgt alleen de actieve beoefenaar optimaal genot. De gevaren van het meeroken zijn in kaart gebracht. Die van ongewild meezappen nog niet. Want zappen is geen gezelschapsspel. Een gemist doelpunt of het onvrijwillig verzeild raken in het weerberichttheater van Piet Paulusma kan een huwelijksbreuk tot gevolg hebben.
Maar zelfs als ervaren beoefenaar ontkom je nu en dan niet aan een onaangename verrassing. Bijvoorbeeld als je jezelf middenin een dartsgala hebt gezapt en je breedbeeldtelevisiescherm in het niet valt bij het zich topsporter noemende pijltjes gooiende vleesgeworden vat pilsener in carnavalstenue dat aan het werpen is. Gerede kans dat je je aangetrokken door dit rariteitenkabinet toch nog een poos vergaapt aan dit voor de rest van je bestaan totaal onbelangrijke evenement en dat zelfs het gevoel zich in je wortelt, dat je dit óók kan.
(Is niet zo. Ik bezag ooit elf seconden een doek van Mondriaan en hoorde mijzelf een decibel te hard denken: kan ik ook. En werd door een connaisseur terstond op mijn nummer gezet; als ik het kon, waarom onthield ik de mensheid dit dan?) Dat goed darten ook een kunst is, maakt de darter nog niet de Mondriaan van de topsport. Ze zullen er vast veel voor moeten laten, maar aan te zien is dat ze niet. En hoe je ook je best doet, het wil niet lukken je bewondering voor darters de vrije loop te laten. Als onder de maan al ergens een plek is, waar de grens tussen topsport en breedtesport tot een stippellijntje vervaagt bevindt het dartsbord zich hier niet ver vandaan. En dit niet alleen omdat de elite in dit metier van zichzelf nogal breed is uitgevallen. Je weet echt wel dat het niet zo is, toch ga je naarmate je het vaker ziet steeds hardnekkiger geloven dat je wat zij kunnen, óók kunt. Je weet van jezelf dat je nooit Olympisch kampioen wordt. Je hebt je diploma´s, dus je kunt zwemmen; dat maakt je nog geen Pieter of Inge. Achtenhalve à 9 meter verspringen; zelfs hinkstapspringend zou het je niet lukken. Je kent je plaats, je kan 100 meter hardlopen, maar nooit in de daarvoor toegestane 10 seconden. Toch heb je van die bovenmenselijke krachttoeren, waar je niet bij voorbaat voor terugdeinst. De beslissende penalty nemen voor het Nederlands elftal! Daar droom je wel eens van en dan lukt het je ook nog en in de roes van je nachtelijk succes denk je na het wakker worden niet zelden: met een beetje training zou het me in het écht ook nog wel aardig afgaan. De marathon is hiervan het ultieme voorbeeld. Iedereen kan een topsporter zijn, want iedereen kan een marathon lopen. Bijna iedereen, toch zeker. Ik heb het gedaan. In 3 uur, 33 minuten en 44 seconden. Ik hoorde het startschot, mijn startschot, tegelijk met Gerard Nijboer en de andere toppers van toen – want nader tot elkaar dan in een marathon komen topsport en breedtesport nergens. Hij reageerde iets sneller op het pistool dan ik en klopte mij met een uur en 20 minuten, of zoiets. Gerard Nijboer werd geloof ik vierde of vijfde. Ik won. Want mijzelf had ik wijs gemaakt dat iedere deelnemer die de marathon voltooide, zich die dag tot de winnaars rekenen mocht. Dat mocht ik dus. Een marathon lopen is niet moeilijk. De moeite zit hem in de maanden waarin je naar M-Day toewerkt. Al die lollig bedoelde one-liners, die de marathonloper-in-spé tijdens zijn dagelijkse portie kilometers voor de voeten krijgt geworpen! Dit maandenlang. “Ze hebben hem al, hoor!” (Als de omstander-in-kwestie in eigen kring bekend staat als de Freek van de familie.) “Wil je een stukje achterop?” (Als de omstander-in-kwestie zich op een rijwiel bevindt.) Erger zijn de omstanders-in-kwestie die net hun hond aan het uitlaten zijn, maar het ergst zijn de honden zelf – en hiervan honden die niet blaffen het allerergst. Die bijten. Alsof mijn knie een stuk pens was. Met tetanus en straatvrees als gevolg. Toen, meer dan ik hem ooit benijdde, benijdde ik Gerard Nijboer. Want de ‘Gerard Nijboeren’ overkomt dit nooit, dacht ik, een herder die ze bespringt. Wel dus. Zij het een Herder van God. Vanderlei Lima liep na 37 kilometer voorop in de Olympische marathon, toen hij besprongen werd. Door een priester.
Een paar dagen na hét moment van de Spelen, vertoonde de televisie Luc Krotwaar.
Luc Krotwaar is de Nederlandse marathondeelnemer, die door een kuitblessure niet aan de marathon deelnam. Of Luc Krotwaar de marathon toch gezien had, werd hem gevraagd? Ja, knikte Luc Krotwaar. Hij had de marathon gezien. Op tv. Wat hij daarvan gevonden had, vroeg de presentator, van dat moment dat voor eeuwig op ons netvlies is gebrand, van dat moment dat sportliefhebbers te land, ter zee en in de lucht steken in de zij bezorgde?
“Dat is topsport”, zei Luc Krotwaar. Je hoort voetballers dit zeggen, als een doorgebroken opponent met een nuttige overtreding van zijn achillespees is beroofd: “Dat is voetbal.” Dan denk je nog, het zijn maar voetballers. Dus herhaalde de presentator de vraag en maakte ten overvloede duidelijk dat hij doelde op de marathonloper die ongevraagd de hoofdrol speelde in zijn eigen griezelfilm. ,,Dat is topsport”, herhaalde Luc Krotwaar slechts. Dat is topsport? Als dit Luc Krotwaar´s opvatting van topsport is, dan heeft de topsport kennelijk niet alleen op zijn kuitspier een destructieve uitwerking gehad. Ik gaf Luc Krotwaar niet de kans nog meer wartaal uit te slaan en zapte weg van hem. Mijn laatste herinnering aan die dag, alvorens weg te zinken in de peilloze diepte van de slaap, was een tamelijk vreemd beeld van Luc Krotwaar´s hoofd, in de vorm van een dartsbord. Heerlijk gedroomd. Alles lukte. One hundred and eighty.

Frank Snoeks is verslaggever bij NOS Studio Sport

VUILNISMAN, MAG DAT ‘ORANJE-GEDOE’ OOK MEE?
Door Jan Soek
Het zal allemaal wel aan mij liggen. Maar wie Nederlanders nog beschouwt als een nuchter, nationalistisch volkje, is volgens mij niet goed bij zijn hoofd. Neem het EK. Maanden voorafgaand aan het toernooi werd het scherm van mijn televisie geteisterd met Sterspots die inspeelde op alles wat Oranje zou moeten zijn. Wat een narigheid, wat een geforceerd nep-carnaval. Maar ook de programmering deed driftig mee! Je moet je adverteerders te vriend houden, niet waar.
Gezeten op terrassen van riante villa’s moesten de kijkers heel wat zogenaamde deskundigen, humoristen en tweede rangsartiesten trotseren, die zich voornamelijk bezighielden met het spelen van ‘ons’ Oranje in ‘al dan niet een ruit!’ Het gezeur over opstellingen, systemen, irritaties.. Te zien, het liefst op drie netten tegelijk.. Ik heb het helemaal gehad en gezien. Heb mij heilig voorgenomen geen enkel product te kopen van adverteerders die aan deze ‘Oranje-gekte’ meedoen. Toen ook nog eens een aantal serieus te nemen buren imbeciel gedrag bleken te vertonen, was de maat voor mij helemaal vol. Bij thuiskomst bengelde ze op diverse keukentrapjes en een aantal ladders om onze straat te versieren! Het leek wel Koninginnedag.. Tientallen meters oranje vlaggetjes verbonden al een aantal huizen, waaronder ook het onze. Geef het volk brood en spelen en ze houden zich koest, flitste het door mijn hoofd. Hoorde ik laatst bij één van mijn favoriete computerprogramma op de radio dat de Nederlandse voetballers, in tegenstelling tot hun soms nog veel beroemdere collega’s, niet mee hadden willen werken aan een computerspelletje waarop je het EK kon naspelen? Levensecht staan alle deelnemende EK-teams op het CD-rommetje. Het Franse fenomeen en voetballer van de jaren 2002 en 2003, Zinedine Zidane herken je zo. Evenals de magistrale Arsenal-speler en tevens Frans international, Thierry Henry. En wat je ook van de Engelse superster David Backham mag vinden, je ziet gelijk dat hij het is! Alleen de Nederlandse spelers zijn niet te herkennen en ook op de achterkant van het shirt ontbreekt hun naam. Het blijkt dat de heren geld wilden zien voor hun medewerking! Portretrecht noemen ze dat! Kijk, zoiets maakt mij ongelofelijk boos! Een aantal is allang vergeten waar ze geboren en opgegroeid zijn! Denken nooit na wie of wat ze zouden ze zijn geweest als ze niet zulke goede voetballers waren geworden. Hebben het contact met die arme, simpele fans, die zich vaak wezenloos moeten sparen om een wedstrijd van Oranje te kunnen bezoeken, allang verloren. (de echte fans zijn namelijk geen lid van de business-club/ krijgen geen kaartje van hun baas) Hebben gelijk een kat, zeven levens nodig om al het tot nu toe verdiende geld op te maken. Ik stormde naar binnen! “Wat is dit voor gedoe!!! Heb jij dat goedgevonden??!!” Natuurlijk, ik wist het antwoord allang! En ik wist ook dat die verhipte oranjeslingers, die aan onze ramen bevestigd waren, zouden blijven hangen.. Maar een dag later kon ik een grijns op mijn gezicht niet onderdrukken toen de vuilniswagen ons hofje op kwam rijden, en bleek dat de slingers te laag bevestigd waren.. “Vuilnisman, mag dat ‘Oranje-gedoe’ ook mee???!!” O ja, Ik las laatst dat Holland Casino niet langer sponsor mag zijn van de KNVB. (miljoenen euro’s gingen die richting uit) De Tweede Kamer stak daar een stokje voor. De KNVB én Holland Casino treuren. Die tientallen miljoenen zijn ‘publiek’ geld! Welk kamerlid zorgt ervoor dat dit geld een bestemming krijgt voor de totale sport? Daarmee kan de bezuiniging op de Sport van achttien miljoen deels ongedaan worden gemaakt! Ik ben benieuwd!

GENIETEN, WANT HET LEVEN IS MOOI
Door Edwin Cornelissen

19 januari 2004, www.verstappen.nl:
De contacten tussen de sponsors en het management van Jos Verstappen enerzijds en het Jordan F1 team anderzijds worden de komende dagen 'geintensiveerd'. Meer wil het management van Jos Verstappen voorlopig niet zeggen.
Op donderdagavond om half acht staat een man of twintig te ploeteren op een felverlicht trainingsveld van amateurvoetbalclub Juventas. Hun adem is zichtbaar in de koude lucht, terwijl de mannen zich in het zweet werken. Soms weerklinkt alleen het kaatsen van de bal, vaak is het een wirwar van stemmen, die de stilte doorbreekt. Spelers, die elkaar aanmoedigen, corrigeren, dollen. Tussendoor klinkt af en toe het fluitje van trainer Dick Jol –jawel, de scheidsrechter heeft er een hobby bij. Hij legt de training even stil om uitleg te geven, hopend dat de boodschap overkomt. Een speler van Juventas is geen Rafael van der Vaart, weet u, en dat is wel eens jammer. Maar los daarvan is het genieten. Voor Dick Jol. En voor deze spelers, die een lange werkdag op kantoor hebben afgesloten en zich in de avondkou mogen uitleven. Gelach klinkt en het leven is mooi.

20 januari 2004, www.verstappen.nl:
Management en sponsors Jos zeggen het gevoel te hebben weer een stapje dichterbij een contract te zijn. “Het is een goed gesprek geweest waarbij beide partijen hun uitgangsposities nog eens hebben toegelicht. Allerlei opties zijn ter tafel gekomen en we gaan nu samen met de andere sponsors alles evalueren. We gaan ervan uit dat er deze week nog nadere gesprekken zullen volgen”, aldus Raymond Vermeulen die sprak van een ‘ontspannen sfeer’ aan tafel met de heren van Jordan.
Op maandagavond om kwart over negen druppelt langzaam het 10de herenteam van volleybalvereniging Inter de sporthal binnen. Over een kwartier begint de wekelijkse training. De mannen staan bekend als het ‘bierteam’, en die geuzennaam dragen ze met verve. Winnen doen ze graag, maar een pilsje smaakt ook na een nederlaag best goed. Het is een bont gezelschap, dat heren 10. Dertigers, veertigers, vijftigers, in één team. Maar wat doet leeftijd ertoe, als je allemaal besmet bent met de liefde voor de bal. En voor het bier. Half 10, de mannen lossen dames 6 af, een soortgelijk team, en beginnen de warming-up. Al snel worden de rek- en strekoefeningen ingewisseld voor een partijtje. Een lullige prikbal wordt met boegeroep ontvangen. Een snoeiharde service gaat meters uit. Gelach klinkt en het leven is mooi.

3 februari 2004, www.verstappen.nl:
"Geen commentaar", aldus het stellige antwoord van Raymond Vermeulen, vlak voordat hij op het vliegtuig stapt terug naar Nederland. Samen met Huub Rothengatter en de marketingmanager van hoofdsponsor Trust was hij vandaag in Engeland voor verdere besprekingen met het Jordan team. Dat is dan ook het enige wat Vermeulen aan informatie loslaat. "Er is afgesproken om volledige radiostilte in acht te nemen", aldus Vermeulen. "Dus ik moet het helaas hier bij laten."

In vijf alinea’s het verschil tussen de amateursport en profsport. Amateursport zie ik als ongedwongen, puur en charmant. Profsport is voor mij in veel gevallen zakelijk en commercieel. En het gat tussen die twee werelden lijkt de laatste jaren alleen maar groter te worden. Het circus van de Formule 1 spant in dat opzicht wel de kroon. Het gaat alleen maar over onderhandelingen. Tussen sponsor en coureur. Tussen renstal en sponsor. Tussen coureur en renstal. En bij die onderhandelingen draait het om slechts één ding: geld. Het is simpel: Jos Verstappen kan alleen maar rijden voor Minardi of voor Jordan als hij een miljoenensponsor met zich meebrengt. Kan hij dat niet, dan rest Jos een enkele reis naar de eeuwige grindbakken. Of hij nu wel of niet tot de beste coureurs ter wereld behoort, zoals sommigen beweren, doet helemaal niet terzake.

Heeft zo’n Formule 1-wereldje iets met sport te maken? Ik vind van niet. Sport behoort een krachtmeting te zijn. Een strijd tussen personen, die allemaal de beste willen zijn. Een strijd, die gewonnen wordt door de atleet die fysiek het meest te bieden heeft. Of door degene met het beste wedstrijdinzicht. Of misschien wel door de sporter met het meeste geluk. In het geval van onze Jos moeten we al blij zijn als hij überhaupt in die Formule 1 mag rijden. Hoop hoeven we niet te koesteren dat hij ooit in een wagen van Minardi of van Jordan op een wereldtitel afstevent. Het technisch vernuft van Ferrari reikt nu eenmaal vele malen verder en een beetje coureur moet in zo’n wagen de klus simpel kunnen afmaken. Zeker als hij Michael Schumacher heet. Dus is Jos Verstappen veroordeeld tot een heel andere wedstrijd: de strijd om een stoeltje. Als hij die strijd wint, is hij in feite al kampioen.

Geld. De Formule 1 in één woord omschreven. Maar in het betaalde voetbal is het weinig anders. Was het voetbal in essentie niet een duel tussen twee ploegen met als inzet de zege? Tegenwoordig viert de commercie hoogtij. En dat heeft nogal eens sportieve consequenties. Zo zijn Feijenoord en PSV erachter gekomen dat je een hele nieuwe markt kunt aanboren als je een blik Koreanen opentrekt.
Je contracteert een Song, een Lee of een Park, een legertje journalisten reist mee om kond te doen van de verrichtingen van hun held in Rotterdam of Eindhoven, hele wedstrijden worden live uitgezonden, Aziatische Song-, Lee-, of Park-fanaten (jawel, ze bestaan!) doen zich tegoed aan merchandising en de kassa’s bij PSV en Feijenoord rinkelen. Of Song, Lee en Park daadwerkelijk versterkingen voor een elftal zijn, of ze het team een extra impuls geven op weg naar de landstitel of de beker, die vraag is eigenlijk irrelevant. De winst die er het meest toe doet, is de winst die de penningmeester –excuus: manager commerciële zaken noemen we dat tegenwoordig- aan het einde van het jaar boeken kan.

Ik vind het soms zo jammer, de vercommercialisering van de profsport. Jammer, omdat het de aandacht afleidt van waar het eigenlijk om gaat in de sport: emotie, beleving. Intense vreugde na een overwinning op de aartsrivaal. Een onbeschrijflijk gevoel van teleurstelling als jij die aartsrivaal bent. Heethoofden van coaches, die zich beklagen over de grensrechter na opnieuw ‘onterecht buitenspel’. Een sporter die verslagen op het gras ligt nadat hij het lege doel niet wist te vinden. De keeper op zijn knieën na het stoppen van de beslissende bal in de strafschoppenserie. Supporters in extase na een fabuleuze serie kap- en draaibewegingen van de rechtsbuiten. Juichen, klappen, fluiten, dat is sport. Genieten. Of het nou Heren 10 van Inter is, Heren 1 van Juventas, Ajax of Feijenoord, dat doet er niet toe.

Daarom kon ik zo genieten van Marianne Timmer, die als eerste Nederlandse vrouw wereldkampioene sprint werd en op haar zo bekende nuchtere wijze heel erg blij was. Of van Renate Groenewold, die op haar eerste allround-wereldtitel afreed terwijl Claudia Pechstein in de baan naast haar haast letterlijk door de benen zakte. Of van Michael Boogerd, die met de blik naar boven en de tanden bloot aankwam op La Plagne. Van Remmert Wielinga, die op Alpe d’Huez aankwam binnen de tijdslimiet en daarmee zíjn wedstrijd won.

Hé! Het kán dus toch, de emotie voelen van de sport in een wereldje waarin het geld zo domineert. Alleen moeten sommige sporten zich daar wat bewuster van worden. En of het ooit nog goedkomt met de Formule 1, dat waag ik te betwijfelen.

5 februari 2004, www.verstappen.nl:
Na uitvoerige onderhandelingen over alle betrokken contracten hebben Trust en het management van Jos Verstappen besloten de onderhandelingen met Jordan definitief te stoppen. Ondanks het feit dat alle betrokken partijen hun uiterste best hebben gedaan, blijven er contractuele obstakels waar men het niet over eens kan worden.

Edwin Cornelissen is verslaggever bij o.a. Langs de Lijn en Radio Tour de France

BEZUINIGINGEN
Door Mirjam de Graaf
Ik weet het niet hoor, met die bezuinigingen in de sport. Tuurlijk, iedereen moet bezuinigen, en in de sport is best wat te halen. Uit een vorig leven als bondsbestuurder weet ik dat er efficiënter gewerkt kan worden, bijvoorbeeld door samen te werken. Maar is dat wat er gaat gebeuren? Ik vrees van niet. Wat dat betreft is het erg vergelijkbaar met de discussie die in de omroepen gevoerd wordt (en als de Kamer dan ook nog de Cultuur- en Sport-begroting op één dag behandelt, krijg je daar als breedtesportende radiojournalist bepaald een schizofreen gevoel van). Vraag het de gemiddelde omroepmedewerker op de werkvloer, en die kan zo drie bazen, vier vergadersuites en twee studio’s vinden die gemakkelijk gemist kunnen worden. In plaats daarvan zien we om ons heen de ontslagen vallen op de werkvloer, worden programma’s geschrapt en blijven de bazen gewoon zitten.

Iets vergelijkbaars gaat vrees ik gebeuren in de sportwereld. Want samenwerken vergt overleg, aanpassingsvermogen en een cultuuromslag. Dat gaat dus niet snel. Dan maar de simpele oplossing: dokken! Gewoon de contributie omhoog. Scheelt een hoop vergaderen en we zijn er in één keer uit. Want het werkt. Ik weet zeker dat die zes mannen op die pingpongtafel naast de onze die afgelopen maandag een strijd op leven en dood uitvochten om een kampioenschap in de vierde klasse van de afdeling, dat die hun portemonnee trekken. Dat die zich niet door een miezerige anderhalve euro laten weerhouden van het moment dat ze over hun eigen wedstrijd kunnen verzuchten: “zulke rally’s zie je zelfs niet op tv!”. De core business van menige sportbond is de competitie en als we het daarvan laten afhangen, hoeft er weinig te veranderen. Nou, mooi toch?

Maar daar zit ‘m niet in. Wat veel sportbonden vrees ik gaan doen, is niet samenwerken. Is niet maximaal de contributie verhogen.Wat sportbonden gaan doen, is stilzwijgend ‘niet-rendabele’ projecten afvoeren. Projecten die niet gemist worden. Projecten waar niemand vragen over gaat stellen. Projecten die de sport nodig heeft om op lange termijn te kunnen overleven, maar die op korte termijn alleen maar ballast lijken.

Ik heb zo’n project. Ieder jaar, in de kerstvakantie, organiseert mijn tafeltennisclub het Kindertafeltennisfeest, een scholierentoernooi voor kinderen van 9 tot 12 jaar. Omdat ik er vrij veel aan doe, en er ook nog graag over mag vertellen, hebben mijn collega’s het inmiddels gekscherend omgedoopt in het Mirjam Open. Daar komen zo’n 200 kindertjes tafeltennissen. Vroeger, heel vroeger, werd alles betaald en geregeld door de bond. In de afgelopen jaren is de steun steeds verder teruggelopen, en dit jaar voor het eerst mogen we alles zelf opknappen. Zelf de uitnodigingen aan de scholen versturen, de herinneringsbriefjes aan de kinderen (porto!). Zelf de posters drukken, de oorkondes maken, de gymzaal betalen. Nu hebben wij gelukkig een sponsor, maar anders was het niet op te brengen. Want waarom doen we het eigenlijk? Niet voor de ledenaanwas. Onze jeugdcommissie krijgt spontaan hoofdpijn van het idee dat 10% van de spelers van het toernooi ook daadwerkelijk lid zou willen worden. Niet voor het imago van de tafeltennisbond. Niet omdat het zo spannend is om gegevens van deelnemers in te voeren die steevast vergeten hun postcode te vermelden. We doen het omdat het ontzettend leuk is om 200 kinderen te zien die heel erg enthousiast zich een dagje achter de tafeltennistafel uitleven. Omdat het geweldig is om een groep 9-jarigen alles te zien doen wat rondom een tafeltennistafel not done is terwijl ze me toch een lól hebben. Ze mogen gratis meedoen, en zo laten we kinderen kennis maken met sport die het normaal misschien te druk hebben met vioolles en toneelclub om te sporten. Kinderen van ouders die wellicht de contributie niet kunnen betalen. Natuurlijk zijn daar subsidieregelingen voor. Maar met dit soort evenementen bereik je over het algemeen de mensen die geen zin, tijd of moed hebben om de trage subsidiemolen in te gaan. Die mensen komen terug, misschien volgend jaar al, misschien over tien jaar als ze hun beginnende bierbuikje willen wegwerken. En ik ben bang dat dat in de sportbonden onderschat wordt. Daarom hoop ik dat overal veel mensen hun vrije tijd blijven steken in projecten als het Mirjam Open. Want ik vrees dat we het van de bobo’s niet moeten hebben…

Mirjam de Graaf is regisseur bij NOS-Langs de Lijn, Radio Tour de France en tijdens de afgelopen Olympische Spelen.

GEFELICITEERD ERICA!
Door Jan Soek
Ik zal het niet vlug vergeten. Tom Egberts kondigde het, vlak voor opnieuw een potje Europacupvoetbal, aan dat zestien seconden geleden Erica Terpstra was benoemd tot de nieuwe voorzitter van NOC*NSF. Van verbazing zakte ik bijna door de bank. Kon mijn oren niet geloven! Wie had dat ooit kunnen denken! Hadden de kranten van de GPD niet uitvoerig bericht over het stemgedrag van de diverse bonden? En was daar niet uitgekomen dat Erica niet een klein beetje, maar wel totaal en volkomen kansloos was in de race om het voorzitterschap? Leek het ‘koekie’ al weer voorgekauwd, door de voordracht die het zittende bestuur had gedaan in de persoon van Ruud Vreeman?

Maar de eeuwige vechtjas had het er niet bij laten zitten! Topsportster was ze en is ze altijd gebleven! Vechtend, met open vizier, tot over de finish! Aangemoedigd door die andere zwaargewicht en niet aflatende knokker, I.O.C.-lid Anton Geesink, die deze verkiezing ongetwijfeld als een 'persoonlijke' triomf zal zien op zijn 'eeuwige' rivalen. En nu was ze verrast en door emoties overmand. Doodmoe zal ze ook zijn! Kan niet anders. Een waar tournee had ze achter de rug. Langs alle kleine sportbonden. Daar lag haar kans! De grote ‘broers’ binnen NOC*NSF hadden immers voor het grootste deel al aangegeven dat hun stem naar Vreeman ging. Maar, wist Erica, vele kleintjes kunnen wel eens een hele grote maken! En dat bleek ze goed te hebben gezien. Haar charisma, overtuigingskracht en enthousiasme, maar ook ervaring, kennis van zaken, contacten, daadkracht en integriteit gaven de doorslag. Ik moest denken aan twee situaties uit het verleden. Was het niet diezelfde Erica Terpstra, die toen ze wist dat zij staatssecretaris zou worden, een aantal weken in een tehuis voor verstandelijk gehandicapten ging werken? Nee, niet als Kamerlid of toekomstig staatssecretaris, pratend en debatterend met de directie of het management van de instelling. Maar gewoon als ‘Erica’, die als verpleegster tussen de andere verpleegsters haar diensten draaide. Omdat ze wilde weten wat er in de praktijk van alle dag te koop was in dat deel van de zorg! En alsjeblieft geen ruchtbaarheid. Nu even niet! Het was geen goedkope publiciteitsstunt van deze markante vrouw, maar oprechte verdieping, interesse en bevlogenheid. Een tweede situatie betrof mijzelf. Na een trieste gebeurtenis in ons gezin, werd ik door Professor Willemsen van de afdeling oncologie van het Academisch Ziekenhuis Leiden gevraagd voor een gesprek. We hadden elkaar leren kennen en hij wist dat ik enige ervaring had met het organiseren van grote acties. (waaronder voor het Ronald McDonald Kinderfonds) Er bleek een nieuwe methode voor de behandeling van leukemie te zijn. De bij die behandeling noodzakelijke stamcellen bleken (ook) overvloedig aanwezig te zijn in de navelstreng van een zwangere vrouw. Na de geboorte van een kind wordt er met die navelstreng niets gedaan. Het ter beschikking stellen van de navelstreng door de moeder zou de behandeling van leukemie een enorme impuls kunnen geven. Beenmergdonaties door personen zouden op den duur vervangen kunnen worden door de veel effectievere stamcellen uit een navelstreng. Maar, voor onderzoek en het opzetten van een 'navelstrengbank' was geen geld beschikbaar gesteld. Professor Willemsen vroeg of ik geen landelijke actie zou kunnen opzetten ter verkrijging van dat geld.

Een vriend van mij suggereerde, alvorens zo’n actie te starten, eerst mevrouw Terpstra te schrijven, die niet lang daarvoor Staatssecretaris was geworden. Dat deed ik. Binnen veertien dagen ontving ik van haar een brief, waarin zij aangaf dat op korte termijn ‘iemand heel hoog’ (de ‘titel’ ben ik kwijt) van haar ministerie met Professor Willemsen zou overleggen. Een maand later kreeg ik een brief van Professor Willemsen waarin hij schreef dat de subsidie voor zijn project in zijn geheel was goedgekeurd. Die kant van mevrouw Terpstra zullen (te) weinig mensen kennen. En ik denk dat ze dat ook goed vindt. Dat ze dat zo wil houden. Het zou wel eens kunnen zijn dat al die kleine bondjes er voor gezorgd hebben dat de Sport in Nederland een ‘grootse’ vrouw (de eerste!) als hun voorzitter hebben gekozen. Een welgemeend ‘Gefeliciteerd Erica!’

DE BIJL ERIN!
Door Jan Soek
Een aantal maanden geleden schreef ik onder meer het volgende: ‘“Sport is van grote maatschappelijke waarde”. Zo begint de passage die over sport is opgenomen in het regeerakkoord. “Het overheidsbeleid is erop gericht om waar nodig dit te ondersteunen” Dat een kinderhand lijkt vlug gevuld te zijn, blijkt uit de eerste reactie vanuit NOC*NSF die aangeeft dat zij dit zien ‘Als een duidelijk erkenning van de waarde van de sport en de rol die de sport kan spelen bij de doelen van het Kabinet’. Mag ik daar toch enige twijfels bij hebben? Dat je iets wat van ‘groot maatschappelijke waarde is’ nu eenmaal moet (onder)steunen is een logische consequentie, nietwaar? Hoewel.. Zo ‘royaal’ staat het er niet! Het zit voor mij in de passage; ‘Daar waar nodig’. Wie vindt en bepaalt immers dat ‘Daar waar nodig’ Hierna noemde ik een aantal voorbeelden, waarbij ik vond dat het begrip ‘Daar waar nodig’ wel buitengewoon subjectief beoordeeld werd. Mijn slotconclusie was: ”En ik ben bang, zeker nu ons land officieel in een recessie schijnt te verkeren, dat dit ene zinnetje ‘Daar waar nodig’ wel eens van cruciale betekenis zou kunnen worden… Ik hoop echt dat ik het verkeerd heb..” Tot zover de citaten. Helaas het is dus nog vele malen erger geworden dan wie dan ook voor mogelijk had gehouden! Niks geen erkenning dus voor dat brave NOC*NSF, die verrukt hadden laten weten dat zij blij waren ‘Met een duidelijke erkenning van de waarde van de sport..” door dit kabinet! Neergesabeld is de scheidende voorzitter Hans Blankert! Het ergste is dat minister Hoogervorst met een stalen gezicht aangeeft: “Ik weet dat de subsidiestop instellingen de kop kan kosten!” De man weet niet waar hij het over heeft! 10.000 clubs, aangesloten bij bijna 100 bonden zorgen dat miljoenen mensen iedere week aan het bewegen zijn, daar meestal erg veel plezier aan beleven, sociale contacten opdoen, en nog veel meer waardevols! De gezondheidszorg klaagt al jaren steen en been dat Nederland te weinig beweegt, te dik wordt, ongezond leeft en dat daar nodig wat aan moet gebeuren. Het bedrijfsleven is het daar helemaal mee eens! Die ziet ook liever gezonde dan zieke werknemers. Maar minister Hoogervorst lapt al die argumenten aan zijn laars. “Hij zet de bijl erin!”, concludeert de diepteleurgestelde NOC*NSF-voorzitter Hans Blankert. De beul zelf, minister Hoogevorst verwoordde het iets beschaafder, zoals in dit kabinet het weer betaamd..: “Het kost ze de kop..” Maar het effect is wel hetzelfde! Het hoogtepunt van wat ‘onze’ minister van sport zei was wel het volgende: “De drastische korting is een pijnlijke operatie. Maar ik heb van de nood een deugd gemaakt. In tijden van krapte is het gemakkelijker beleidsprioriteiten te herzien.”. Vindt u het goed dat ik deze zin de komende dagen diep op mij laat inwerken. Ik zal tijd nodig hebben om hem in zijn volle omvang, en betekenis te doorgronden…

 

WAT IS ‘SPORT’?
DoorJan Soek
Weet u waar ik als rechtgeaarde sportliefhebber steeds meer mee kom te zitten? Wat we met zijn allen nu precies onder sport verstaan. Het zal best zo zijn dat als ik me in de diverse definities ga verdiepen ik een opsomming krijg van zorgvuldig gekozen woorden die duidelijkheid zouden moeten verschaffen. Maar ik denk dat je er in de praktijk van alle dag daar niet mee komt. En aangezien ik nogal hecht aan die ‘praktijk van alle dag’ laat ik die maar even voor wat ze zijn. Ook zal menig proefschrift volgekrabbeld zijn over dit onderwerp. Maar, zoals de onvergetelijke cabaretier Wim Kan ooit zei: “Die komen in een la terecht, nadat de familie er sherry op gedronken heeft, en daar heeft niemand er last van..” Echter, daarmee is (ook) mijn probleem nog niet opgelost. Dus maar een overstapje naar die ‘praktijk van alle dag’ gemaakt. Een voorbeeldje. Waarom staat mevrouw Anky van Grunsven en haar circuspaard(en) volop in de sportieve belangstelling van alles wat (sport)media is en wordt haar tak van sport her- en erkent als buitengewoon serieus en heeft het zelfs een hoog ‘Olympisch’ karakter, terwijl Dirk Buitenbroek met zijn hond Bello zich drie slagen in de rondte traint om het beest de fraaiste trucs te leren bij zijn hondensportvereniging, maar wordt hij, en zijn vele collega’s, door vrijwel geen enkele sportliefhebber -buiten zijn eigen hondensportkring- serieus genomen? Je zou zelfs nog kunnen beweren dat mevrouw van Grunsven het nog een stukkie makkelijker heeft omdat zij zich –hooggezeten op haar edele viervoeter- laat vervoeren, terwijl onze Dirk zich soms het apelazerus moet lopen achter- of naast zijn hond.. Natuurlijk bedenk ik mij dat de wet van de grote getallen wel eens een rol zou kunnen spelen. Weinig beoefenaars van een sport, kan ook weinig belangstelling van een groot publiek betekenen.. En aangezien de media inmiddels ook niet meer kan leven van alleen maar 'spelen’ zonder 'brood', zou dat voor hen een reden kunnen zijn de betreffende sport ‘links’ te laten liggen. Maar ook die vlieger gaat in dit voorbeeld niet op. Want honderdduizenden ‘Dirkies’ in ons land trainen iedere week met hun ‘Bello’s’ op de hen toegewezen velden. En van dat aantal kan mevrouw Van Grunsven en haar metgezellen alleen nog maar dromen. Nog zo een. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat een aantal ‘halfmislukte’ volleyballers(sters) een aantal jaren geleden besloten om, het liefst op fraaie tropische locaties, met twee tegen twee een balletje in het zand te gaan slaan en het Beach Volleybal te noemen. Op zich nog niks aan de hand, want ze zijn van de straat en ze kunnen derhalve geen gekke dingen doen. Vreemder wordt het als dit strandvermaak door (ook!) de ‘serieuze’ sportpers –ja zelfs door het IOC.- ook nog eens opgepikt wordt als zijnde een serieuze ,Olympische, sport! En ik maar blijven pielen met mijn vriendin op datzelfde strand om bij windkracht vijf een fatsoenlijk partijtje badminton te spelen. Waarom heeft de Badmintonbond het Beach Badminton eigenlijk nooit bedacht? Dat moet absoluut een topper worden en krijgt geheid binnen de kortste keren een Olympische status! Wat dat betreft zijn de talloze beoefenaars van het Zaalvoetbal al jaren de pineut. Die kunnen blijven wachten tot ze een ons wegen eer dat zij enige vorm van erkenning krijgen, laat staan een Olympische status ontvangen. En ook hier kunnen de grote getallen nooit een rol spelen. Want veel meer sporters Zaalvoetballen dan dat er aan Beach Volleybal wordt gedaan. Gek hé, dan ga je toch weer denken aan zaken als ‘geld’, ‘lobby’, ‘belangen’ en dat soort praktijken die natuurlijk niet ‘des sport’ zijn, maar ongetwijfeld mee zullen spelen. “Maar dat moet ik niet doen”, corrigeer ik mijzelf. ”Sport is leuk, ‘open’ en gezond! Bovendien is sport ‘Fair Play’ en daarbij moet je niet denken aan big business en belangenspelletjes.” Oké’, oké, dat doe ik dus maar niet…

DAAR WAAR NODIG…
Door Jan Soek
'Sport is van grote maatschappelijke waarde'. Zo begint de passage die over sport is opgenomen in het regeerakkoord. 'Het overheidsbeleid is erop gericht om waar nodig dit te ondersteunen'. Dat een kinderhand vlug gevuld lijkt te zijn, blijkt uit de eerste reactie vanuit NOC*NSF, die aangeeft dat zij dit zien ‘Als een duidelijke erkenning van de waarde van de sport en de rol die de sport kan spelen bij de doelen van het Kabinet’.

Mag ik daar toch enige twijfels bij hebben? Laten we wel zijn, welke politicus van links naar rechts en van voor naar achter zou het in zijn hoofd halen om te zeggen dat Sport niet van groot maatschappelijke waarde zou zijn. Kom nou, het zou het einde betekenen van zijn of haar politieke carrière! Ik kan mij geen lid van enig kabinet en geen parlementariër van welke partij dan ook herinneren –zeker de laatste 12 jaar niet- die deze aanhef op zijn minst eenmaal in de mond heeft genomen.. Daar kan ik op zich dus niet zoveel mee. En ik begrijp dus ook niet helemaal waarom NOC*NSF daar zo ‘opgelucht’ op reageert… Men heeft immers in de bossen van Arnhem al heel wat jaren niet anders horen zeggen? Of had men vooraf een andere invalshoek van dit kabinet verwacht ten aanzien van de toekomstige benadering van sport?

Dat je iets wat van ‘groot maatschappelijke waarde is’ nu eenmaal moet (onder)steunen is een logische consequentie, nietwaar? Hoewel.. Zo ‘royaal’ staat het er niet! Het zit voor mij in de passage; ‘Daar waar nodig’. Wie vindt en bepaalt immers dat ‘Daar waar nodig’? Een voorbeeld. Blijkbaar vinden inmiddels heel wat politici in aardig wat gemeenten in ons land het momenteel heel hard nodig om met vele tientallen miljoenen euro’s gemeenschapsgeld betaald voetbalbedrijven op de been te houden. Zij lijken op te komen voor onder andere 18-19 jarige jongens die zo'n slordige 100.000 euro of meer per jaar verdienen, wat deze 'bedrijven' helaas niet meer kunnen ophoesten.. Een aantal (gemeentelijke) overheden trekken zich het lot van deze kansarme sporters nu aan en trekken de knip.. Als je die bedragen bij elkaar op telt, kom je toch snel op zo’n 100 tot 200 miljoen euro! Wie heeft bepaald dat zoiets nodig is? Voorzitter Hell van de Judobond zwengelde het tijdens de Algemene Vergadering van Sportbonden het maar even aan. Hij signaleerde dat veel geld door de (lokale) overheden beschikbaar wordt gesteld aan in nood verkerende betaald voetbalclubs. "En dan praat ik niet over de eerste de beste gemeenten.'' En aangezien je een euro maar een keer kan uitgeven, vraag ik mij af ten koste van ‘wie of wat’ dat binnen de sport gaat. Heeft in de toekenning van al dat geld de discussie of dit van ‘grote maatschappelijke waarde is’ een rol gespeeld? En heeft men zich afgevraagd of dit ten koste gaat van andere misschien nog wel waardevoller (maatschappelijke) initiatieven die vanuit ‘de sport’ voortkomen? Of zou die discussie nu –bij het aantreden van het nieuwe kabinet- ineens wel van doorslaggevende betekenis gaan worden? Dat zou fijn zijn! Immers, ik ken tientallen –maar er zijn er ongetwijfeld duizenden!- prima (sportieve) initiatieven die met een paar honderd of duizend euro geholpen zouden zijn, waardoor tientallen en soms honderden of duizenden mensen in hun (recreatieve) sportbeoefening -maar ook in hun maatschappelijk functioneren!- geholpen zouden worden. Ook maak ik mij wijs dat bijvoorbeeld mensen als de Harry Stapelprijs-winnaar BIG @LI, die in achterstandswijken in Amsterdam kansloze jongeren op de rails krijgt met zijn sportprojecten, wel eens wat royaler support zou mogen krijgen vanuit diezelfde overheid. Teveel krijgen initiatiefnemers echter tot nu toe te horen: ‘Nee, we hebben geen geld..’ En ik ben bang, zeker nu ons land officieel in een recessie schijnt te verkeren, dat dit ene zinnetje ‘Daar waar nodig’ de komende tijd wel eens van cruciale betekenis zou kunnen worden… Ik hoop echt dat ik het verkeerd heb..

SENIORENSPORT EN SPORTIVITEIT
door Rein Mulder
Het was op een vrijdagavond; ze kwamen achter elkaar de zaal in druppelen. Sommigen al druk in de weer met rek- en strekoefeningen. Anderen ook druk, maar met een blijkbaar hilarische conversatie, wat op een andere manier resulteerde in een warming-up. Na enkele minuten werden de aanwezigen, elf ‘rijpe’ heren in de leeftijd van 50 tot 65 jaar, door één van de spelers over twee teams verdeeld, waarbij de kleur van de sportkleding en vooroordelen over de sportieve prestaties de belangrijkste criteria bleken te zijn.

Na deze tweedeling kon het spelletje zaalvoetbal beginnen. Al gauw werd het de kijker duidelijk wie vroeger op een hoger plan hadden gespeeld. De teamspelers onderscheiden zich van de solitaire dribbelaars. Ook toont zich de relatie tussen inzet en karakterstructuur van de speler. Daarin is veteranenvoetbal niet anders dan het spelletje op betaald niveau. Wat wel anders was, viel me op toen één van de spelers over de bal struikelde en op de vloer belandde. Het spel werd even stil gelegd en ging pas verder nadat betreffende speler weer inzetbaar bleek. Profiteren van de blessure van de tegenstander bleek uit den boze. Zelfs blessurepreventie bleek ingebouwd, want hoewel er zonder specifieke doelman werd gespeeld en een doelpunt pas geldig werd verklaard als deze van binnen de doelcirkel in het net was gewerkt, moest niet iemand wagen de bal binnen te poeieren. Gezien het risico van verwonding van de doelverdedigende speler werd een dergelijk doelpunt zonder aarzelen afgekeurd.

De score werd trouwens niet op het bekende omslagbordje bijgehouden, wat ook zinloos zou zijn geweest, omdat de uitslag al bij voorbaat bleek vast te staan. Al jaren eindigde iedere wedstrijd op de vrijdagavond in 6-6, waarbij de laatst scorende partij wel steeds opgelucht meldde dat er nog net een gelijkspel uit het vuur was gesleept. Ik wist deze keer echter zeker dat ik 18 doelpunten had geteld. Maar een gelijk spel was blijkbaar een betere uitslag om het weekend mee in te gaan. Bovendien krijg je dan ook geen geruzie over ballen die de doellijn al dan niet helemaal zijn gepasseerd.

Wel ruzie kreeg een speler die Henk (één van zijn medespelers) verweet de bal naar een verkeerde teamgenoot te hebben ‘doorgelegd’, terwijl de criticaster meende dat hij zelf in een meer kansrijke positie stond. Zijn directe tegenspeler reageerde passend bij de sfeer van dit potje voetbal: ”Doe toch niet zo lelijk tegen Henk. Dat jong heeft ook liefde nodig!” Ik ben stil weggegaan. Heb zelden ‘sport’ op zo’n hoog niveau gezien.

POLITIEK GEPRAAT VERSCHILT VAN BELEID IN DE PRAKTIJK
Door Tim Vermeulen
Ik weet niet wat ik er van denken moet. Op een of andere manier merk ik dat door mij buitengewoon sceptisch naar de televisie wordt gekeken op het moment dat de heren Balkenende en Bos verschijnen om de verzamelde media te informeren over de stand van zaken met betrekking tot het formeren van een nieuw kabinet. Mijn gevoel zegt dat er iets niet ‘klopt’ met- en dus ook tussen die twee.. Het ‘past’ niet... Het oogt niet ‘van harte’… Bos, die zoveel mogelijk met ‘besliste’ stem wenst te spreken, daarbij steeds meer getooid met een frons op het voorhoofd. En Balkenende.. Ja, ook hij heeft dat ‘zelfverzekerde’ in zijn stem en poogt ook onwrikbaar te zijn. De ‘letters’ en ‘cijfers’ zullen wel aan het papier van een regeerakkoord toevertrouwd worden, maar of het vertrouwen er onderling is??
Tijd dus om eens te bezien wat er op het vlak van de sport de komende jaren feitelijk staat te gebeuren. Daarvoor is een bezoek aan een aantal internetsites geschikt. Regering.nl, minvws.nl en rijksbegroting.minfin.nl zijn sites waarin zakelijke bewoordingen de nodige gegevens te verkrijgen zijn. Belangrijk voor de NCS is zeker de breedtesportparagraaf. En daar valt onder andere het volgende te lezen:
Breedtesport
Onder de term breedtesport verstaan we alle sport die niet-professioneel en niet op topsportniveau wordt beoefend. De overheid is van mening dat sport veel positieve effecten heeft, bijvoorbeeld op het gebied van integratie, werkgelegenheid en tolerantie. Daarom stimuleert de overheid de deelname aan de breedtesport en de kwaliteit ervan op verschillende manieren.’ Gelukkig… er wordt nog steeds gesproken over positieve effecten, integratie en tolerantie! Woorden die de afgelopen periode bijna uit het parlementaire woordenboek van het kabinet leken verdwenen.. ‘De belangrijkste stimuleringsregeling is de breedtesportimpuls. Hiermee wil het ministerie van VWS gemeenten, sportbonden en provincies aanzetten tot een actiever sportbeleid. Bijvoorbeeld met speciale sportprogramma’s voor ouderen en gehandicapten of met het aanbieden van sport in achterstandswijken. De breedtesportimpuls stimuleert ook de inzet van sport bij het oplossen van sociale en maatschappelijke problemen. Denk aan het sportaanbod voor ‘hangjongeren’ of het bevorderen van integratie van allochtonen via sport.’ Opnieuw een passage die elk weldenkend mens goed doet, maar waarover door vertegenwoordigers van regeringspartijen en een deel van de oppositie niet- of pas de laatste tijd weer enigszins wordt gesproken! ‘In Nederland overlijden per jaar zo’n 8000 mensen vroegtijdig omdat ze te weinig bewegen. Daarom wil de overheid dat meer mensen gaan sporten. Onderzoek heeft aangetoond dat sporten in de vrije tijd leidt tot minder ziekteverzuim. Sport en beweging kunnen bovendien niet alleen ziektes voorkomen, maar ook ondersteuning bieden bij revalidatie en chronische aandingen en handicaps.’ Een nuchtere constatering die de ziektekosten-verzekeraars in ons land ‘goed’ zal doen…
‘Van de twee is het één’
Wie naar de zogenoemde Operationele beleidsdoelstellingen kijkt treft daar onder 9.2.1. het volgende aan: ‘Verantwoorde sportbeoefening door een breed publiek, in een kwalitatief hoogwaardige (fysieke en organisatorische) sportinfrastructuur, mede om sociale cohesie, integratie, tolerantie en volksgezondheid te stimuleren.’ Langzamerhand wordt het onduidelijk. Of zoals wijlen Joop den Uyl pleegde te zeggen: ‘Het is van de twee, één!’ Ofwel bovenstaand geformuleerd beleid is de afgelopen jaren bij de ministeries vanaf de bureaurand heel langzaam de prullenbak in gevallen, of men vond vanuit zowel de regering als een groot deel van de Kamer dat dit nu net niet het geëigende tijdstip was om hier de nodige aandacht aan te besteden. Beide constateringen zijn echter buitengewoon ernstig! Immers, het niet meer op durven komen voor- en het ter discussie stellen en verdedigen van zaken als integratie en tolerantie getuigt eerder van zwakte dan van kracht! En dat is iets waar dit land – zeker de komende jaren- duidelijk behoefte aan heeft. Natuurlijk zijn de onderhandelingen tussen CDA en PvdA nog volop in gang. En mogelijk wordt er naar de Sportorganisaties geluisterd, die onder meer aandringen om de sport onder te brengen bij het Ministerie van Onderwijs. De lijn, zoals verwoord in bovengenoemd beleid, is echter duidelijk. Hopelijk dat deze lijn niet alleen wordt vastgehouden, maar ook ‘inhoud’ krijgt! Gewoon, omdat hier meer dan ooit sprake is van, door bepaalde groeperingen (nog steeds) te pas en, met name, te onpas gebruikte, stimulering van normen en waarde! Want arm is het land waar regering en volksvertegenwoordiging niet meer (durft) op te komen voor wezenlijke zaken als sociale cohesie, integratie en tolerantie.

ROKEN
Door Ferry de Groot
Tante Jannie zit kwijlend in haar stoel als ik binnenkom. “We hebben vandaag niets nodig melkboer” zegt ze tegen me, terwijl mijn nicht voor de zoveelste keer vandaag met een doekje haar mond afveegt. “Dat is de melkboer niet, Ma” legt ze geduldig uit. “Dat is Ferry, je favoriete neef!” Mijn tante wendt haar blik wazig af en mompelt: “Het is half tien. Ik moet naar bed.” Tante heeft nooit gerookt en gedronken. Iedere dag had ze verse groente op tafel en tot het moment dat ze begon te dementeren deed ze haar eigen boodschappen. Ze kan nog heel oud worden, maar weet het zelf niet.

Tante staat op een wachtlijst voor een verzorgingstehuis. Minister Borst is in acht jaar tijd niet in staat geweest om maar enigszins een halt toe te roepen aan een onmenselijke situatie. Minister Borst was waarschijnlijk druk met andere zaken. Zoals met een wet waarin wordt beschreven dat er enge teksten op pakjes sigaretten moeten staan. Erg nuttig. Ik moet toegeven dat het me wel schokte toen ik dat voor het eerst zag. Maar je raakt eraan gewend en na een paar weken zie je het niet meer. Laat staan dat je erover nadenkt. Weggegooid geld. Verspilde energie.

Dat gezeik over het roken. Ik word daar gek van. Op mij heeft het een tegengesteld effect. Hoe meer dwingende maatregelen, hoe meer men mij als een crimineel afschildert, des te vasthoudender ben ik om te blijven roken. Ik wil namelijk zelf bepalen hoe ik met mijn leven omga. Ik wil zelf kiezen of ik een genoeglijk leven leid dat korter is dan het gemiddelde, of kwijlend in de stoel van mijn tante 95 wil worden. Net zoals een ander kiest om niet te roken, doe ik dat wel. Het aantal dodelijke ongevallen bij parachutespringen is hoger dan bij schaken, maar ik er niets van zeggen. Trouwens de spreuk ‘Roken is dodelijk’ op tabaksproducten is niet geheel waar. Er moet staan ‘Roken kan dodelijk zijn’. Voordat je aan roken doodgaat kan je ook onder een bus komen en daar schrijven ze toch ook niet op ‘Een autobus is dodelijk”?

Maar er is meer. Terwijl verschillende collega’s in de vorige kabinetten beleid ontwikkelden om meer mensen ‘uit de auto, in de trein’ te krijgen, verzon minister Borst dat het roken in treinen en op stations (ook in de open lucht…) verboden moest worden. Maar het gaat verder. De sportkantine is, volgens de door minister Borst nog op het nippertje ingediende tabakswet, binnenkort ‘no-go’erea voor rokers. Stel je voor hoe het gaat worden. Geen apart hoekje meer in de kantine waar oud-spelers en de vroegere voorzitter hun sigaartjes roken en hun biertje drinken. Geen bestuurskamers meer, waar je achter een blauwe waas de wedstrijdsecretaris met de officiële formulieren zag zitten. Nee, in de toekomst vinden wij in een hoekje een zorgelijke penningmeester, die week na week moet constateren dat de kantineomzet alweer is gedaald. Mensen vinden het niet gezellig meer. Weet die Borst veel…

Laat ik nou nog even duidelijk maken dat ik begrip heb voor mensen die niet tegen sigaretten- of sigarenrook kunnen. En dat ik vind dat er maatregelen moeten worden genomen om hen vrij te laten ademen. Maar het alles ontziende fanatisme van de ‘rookdominees’ stoort me. Bijna 40% van de bevolking rookt en minstens 70% van de niet-rokers heeft er geen bezwaar tegen als rond hem of haar een sigaret of sigaar wordt opgestoken. Stel verplicht dat de sportkantine een rookvrije ruimte heeft en de rookruimte een goede afzuiging. Scheidt in de trein de rokers van de niet-rokers. Maatregelen voor mensen die gezonder willen leven dan ik. Ik betaal er graag belasting voor. Maar laat mij -en 40% van de bevolking – zelf de keuze. Het zal de kantineomzet op peil houden. En dat komt weer ten goede aan gezonde amateursport.


Ferry de Groot is chef sport bij de NOS-radio. Ook is hij, samen met Andre van Duin, iedere zaterdagochtend om half twaalf bij de TROS op Hilversum 3 te horen in ‘De Dik voor Mekaar’ show.