HARRY CLAASSEN:
‘De Watervrienden zullen zich moeten onderscheiden’


Het is niet moeilijk vast te stellen dat de Haagse Watervrienden binnen de Nederlandse Culturele Sportbond een echt zwembolwerk vormt. Ga maar na: penningmeester Ron de Lange is tevens voorzitter van de sectie Zwemmen van de NCS, terwijl secretaris Frans Top tot voor kort jarenlang deel uitmaakte van het Bondsbestuur van die levensbeschouwelijke koepel. En om het geheel te competeren is voorzitter Harry Claassen van de Haagse vereniging tevens bestuurslid van de sectie Zwemmen van ook de NCS. Met deze laatste, Harry Claassen dus een gesprek. Aanleiding, de toch wel spectaculaire veranderingen die momenteel plaatsvinden binnen het ‘fenomeen’ Watervrienden.

Tekst en foto's: Jan Soek


Niet dat, wat betreft Claassen, er iets verandert als het gaat om de sfeer die zo kenmerkend is voor de Watervrienden. Dat in het geheel niet. Net zoals zo velen ‘groeide’ hij als het ware op in het zwembad. “Inderdaad, net zoals heel veel van mijn collega’s heb ook ik leren zwemmen en later waterpoloën bij de Watervrienden. En net zoals zoveel anderen ben ik sindsdien een leven lang lid gebleven van de club waar ik ooit begon, de Haagse Watervrienden.” Een betrokkenheid die niet beperkt bleef tot zijn club alleen, waarvan hij uiteindelijk voorzitter werd. Ook binnen de NCS is hij, tot de dag van vandaag, altijd actief geweest. Zo bepaalde hij een flink aantal jaren mede, als lid van het Bondsbestuur, de koers van de NCS en adviseerde hij op internationaal niveau de CSIT –de wereldwijde recreatiesportkoepel- op het vlak van organisatie en beleidsontwikkeling. Niet zo gek als blijkt dat Claassen in het dagelijks leven beleidsadviseur van de overheid is op het vlak van PenO, wat zoveel wil zeggen als strategisch personeelsmanagement, en organisatie. Het is daarom niet vreemd dat hij zich al een aantal jaren zorgen maakt over de ‘ontwikkeling’ van de Watervrienden. “Niet dat er geen ouders meer zijn die met hun kinderen de weg richting het zwembad weten te vinden om hen zwemles te laten geven”. Dat is meestal niet het probleem, maar toch.. Wat je ziet is dat met name bij ons kader er veel te weinig aanvulling plaatsvindt. Het is allang niet logisch meer, , dat je na het halen van je zwemdiploma bij een club blijft en e daar vervolgens actief mee gaat doen, als lesgever, als bestuurder, of in welke vorm dan ook.” Stap voor stap, maar doelgericht, is de sectie Zwemmen van de NCS de afgelopen jaren bezig geweest om zowel beleidsmatig als inhoudelijk wijzigingen aan te brengen. “Dat is best een heel proces dat je met elkaar dient door te maken. Een proces waaraan ook hard is gewerkt, maar waar tevens voorzichtig mee omgegaan moet worden. Zeker omdat de kwaliteit en de gedrevenheid van ons kader nooit ter discussie heeft gestaan. Maar wel waren de veranderingen binnen het geven van zwemles in ons land onomkeerbaar, wat ondermeer zijn vertaalslag kreeg in de samenwerking met het Nationaal Platform Zwembaden / NRZ. Voor ons als sectie Zwemmen van de NCS betekende die samenwerking dat vanaf september dit jaar wij de opleidingen voor Zwemleider A en B hebben aangepast aan de structuur van de beroepsopleiding Allround Zwembadmedewerker.”

Samen aan de slag
“Het is een bewuste keuze van ons geweest, die samenwerking met het Nationaal Platform Zwembaden / NRZ. Het paste in het beleid, en was voor ons tevens een opdracht om ook binnen de sectie Zwemmen weer te benadrukken dat wij ‘Samen aan de slag’ moeten gaan. In een presentatie tijdens het afgelopen bondscongres is niet voor niets gesproken over een sterke Watervrienden Community. Inderdaad, je hebt het dan onder andere over een nieuw- of vernieuwend kaderbeleid dat dient aan te sluiten bij de wensen van de verenigingen én van de maatschappij. Want wie rondkijkt binnen onze maatschappij ziet dat er grote veranderingen plaatsvinden in ondermeer de beleving van heel veel zaken. Zoals het voor mij en mijn ouders ‘logisch’ was dat ik na het halen van mijn zwemdiploma bij ‘mijn’ zwemclub verder ging en ik daar ook als kaderlid actief werd, is dat in deze tijd allang niet vanzelfsprekend meer. Hetzelfde geldt voor de inhoud van de lessen. Ook daar is sprake van een continue verandering waar steeds meer ingespeeld wordt op de beleving van mensen. Als ook wij als Watervrienden daar van ons bewust zijn en veranderingen doorvoeren waardoor wij ook in zowel ‘inhoudelijk’ als de wijze waarop wij onze leerlingen begeleiden, dus zeg maar bewust inspelen op de huidige wensen en behoeften, dan kunnen onze verenigingen tot zo’n veertig procent groeien, want dat potentieel is er! Probleem is dan wel om het benodigde zwemwater bij de accommodaties los te krijgen.

Onderscheiden
“Naast het ‘inhoudelijk’ deel hebben we ook te maken met de ‘presentatie’ van onze clubs en sectie . Ik zou veel verenigingen tekort doen als ik zeg dat zij te weinig herkenbaar zijn binnen onze snel veranderende markt. Wel zouden zij, én de sectie Zwemmen, zich nog nadrukkelijker dienen te profileren. Het is prima om te zien dat heel veel van de websites van Watervrienden-verenigingen er vaak professioneel uitzien. Maar nog bewuster zullen wij ons, ook via bijvoorbeeld deze sites, moeten onderscheiden waarin en waarom wij als clubs zo uniek zijn. O ja, iedereen binnen elke Watervienden-vereniging kan je ogenblikkelijk vertellen waarom ouders met hun kinderen naar onze clubs komen. Dat is omdat ze willen dat hun kind zo snel mogelijk leert zwemmen, niet meer en niet minder. En waar ze die zwemles het eerste kunnen krijgen, daar gaan ze naar binnen. Alleen de vraag die wij ons binnen de sectie Zwemmen stellen, en die we maar al te graag ook met onze verenigingen bespreken, is ‘Hoe krijgen wij al die ouders zover, zeg: in beweging, dat ze gaan kiezen voor kwaliteit!’ Dat ze niet langer langskomen om hun kinderen binnen de korst mogelijke keer een trucje te laten leren, maar dat zij gaan inzien dat binnen onze lessen de leerlingen veel en veel meer ervaringen opdoen dan alleen het leren van het ‘trucje’ zwemmen! Dat het tijdens onze lessen ook gaat om de ervaring van ‘bewegen’! Dat ze in zo’n ‘vreemde’, grote accommodatie met mogelijk heel veel ‘andere’ kinderen ervaren hoe met elkaar om te gaan, noem het het ontwikkelen van ‘sociale vaardigheden”. Maar ook het overwinnen van mogelijk angst, het plezier van het spel, het maken van stapjes waarvan je nooit gedacht had dat je het kon, dus het leveren van een prestatie, zijn allemaal zaken waar veel ouders zich onvoldoende van bewust zijn dat hun kind dat wordt aangeleerd. Zij kozen immers alleen voor die snelst mogelijke weg? En het is aan ons, als sectie Zwemmen van de NCS en alle Watervrienden in ons land, om hen dat duidelijk te maken. Of we daarin zullen slagen? Ik ben er van overtuigd. Immers, de betrokkenheid en gedrevenheid van heel veel bestuurs- en kaderleden van de Watervrienden is groot. En uitdagingen zijn er om aan te gaan en kunnen bijzonder stimulerend werken.”