|
PUBLICATIES
ONTVANG NU GRATIS DE NCS DIGITALE NIEUWSBRIEF SPORTBERICHTEN

De NCS stuurt met plezier naar zowel haar leden als niet-leden de gratis NCS digitale nieuwsbrief 'Sportberichten' .
Bent ook u geïnteresseerd in het NCS-nieuws en wilt u deze digitale nieuwsbrief gratis ontvangen? Klik hier 
Wilt u (eerst) verder lezen? Klik dan hier 
______________________________________________________________________________________________________________________
NIEUW: BEWEGING IN JE BREIN
Zestig werkvormen voor inspirerende trainingen, workshops en presentaties
Wie fysiek beweegt, gaat mentaal bewegen. Dat is het simpele uitgangspunt van Beweging in je brein. Daarom is interactie met het publiek zoveel effectiever dan een betoog dat de luisteraars achteroverleunend tot zich nemen. Maar hoe krijgt u uw toehoorders in beweging? Activerende werkvormen zijn daarbij belangrijk. Dit praktijkhandboek bestaat uit zestig thematisch geordende werkvormen om bijeenkomsten interactiever en vooral ook doeltreffender te maken van kennismaken tot evalueren, en van brainstormen tot uitwisselen. De werkvormen stimuleren deelnemers om actief en creatief mee te werken, waardoor er ruimte ontstaat voor verrassende ideeën, nieuwe invalshoeken en inventieve oplossingen. Beweging in je brein is daarmee een bron van inspiratie voor iedereen die meer uit zijn training, workshop of presentatie wil halen.
Auteurs
Monique Hampsink geeft trainingen op het gebied van organisatieontwikkeling en diversiteitsbeleid en ontwikkelt daarbij haar eigen werkvormen. Nanette Hagedoorn is communicatiemanager en adviseert professionals bij het interactief vormgeven van bijeenkomsten. Beiden zijn werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen.
Titelgegevens
Titel: Beweging in je brein
Ondertitel: Zestig werkvormen voor inspirerende trainingen, workshops en presentaties
Auteurs: Monique Hampsink en Nanette Hagedoorn
ISBN: 90 5261 564 0
Prijs: 39,95 euro
Omvang: 144 pagina's
WETGEVING SPORTVERENIGING
OP RIJ
Een sportvereniging is vaak werkgever, horeca-uitbater,
evenementenorganisator, eigenaar, huurder en verhuurder van accommodaties
ineen en soms nog veel meer. Om het leven van de sportbestuurder
te vergemakkelijken heeft NOC*NSF met medewerking van Ernst & Young en Holland Van Gijzen de belangrijkste wet- en regelgeving
op een rij gezet. Hiermee spijkert u uw noodzakelijke kennis
efficiënt bij, zodat u zich kunt blijven richten op dat wat
u het liefst doet: sport organiseren voor de leden. U kunt het boekje
gratis thuis gestuurd krijgen. Stuur daarvoor een mailtje naar info@noc-nsf.nl
en vermeldt daarin de volgende gegevens:
Wet- en regelgeving
Publicatienummer 626
Naam organisatie
Naam contactpersoon
Adresgegevens contactpersoon
VERSCHILLENDE PUBLICATIES MULIER
INSTITUUT
Kijk voor informatie over alle activiteiten
op hun website: www.mulierinstituut.nl
Tweemeting Vrijwilligers in
de sport
Auteurs: Colette Roques en Jan Janssens
Opdracht en uitgave: NOC*NSF
Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van
NOC*NSF in het kader van het project Vrijwilligersbeleid in de Sportvereniging.
Het onderzoekstraject omvat een 0-, 1- en 2-meting door middel van
een schriftelijke enquête onder alle sportverenigingen in
tien Nederlandse gemeenten van verschillende grootte. Belangrijk(st)e
uitkomst 2-meting: de Nederlandse sportverenigingen tellen in 2002
samen 1,2 tot 1,3 miljoen vrijwilligers. In 1998 was dit nog circa
1 miljoen. Hoewel er dus sprake is van een lichte stijging van het
totaal aantal vrijwilligers, is de omvang van het ervaren tekort
aan vrijwilligers ongewijzigd: circa 45 procent van de ondervraagde
verenigingen zegt een tekort aan vrijwilligers te hebben.
Sporten in de Westelijke Tuinsteden
2002 – 2015
Behoefteonderzoek naar de ruimte voor
sport en bewegen in de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam
Auteurs: Mark van den Heuvel en Colette Roques
Opdracht: Bureau Parkstad,gemeente Amsterdam
Eind 2002 verscheen het rapport Sporten in
de Westelijke Tuinsteden 2002 – 2015 dat verslag doet van
een behoefteonderzoek naar de ruimte voor sport en bewegen in de
Westelijke Tuinsteden in Amsterdam. In het onderzoek is berekend
aan de hand van een drietal methoden wat de tekorten en overschotten
zijn aan sportvoorzieningen in de Westelijke Tuinsteden tot 2015.
Het rapport dient als (kwantitatieve) onderbouwing van de ruimteclaim
die vanuit bureau Parkstad voor het betreffende gebied is geformuleerd.
Doping in de breedtesport
Een onderzoek naar de aard en
omvang van het gebruik van dopinggeduide middelen in de georganiseerde
breedtesport
Auteur: Mark van den Heuvel m.m.v. Janine van Kalmthout en Femke
van den Houdt
Opdracht en uitgave: NeCeDo
Het rapport Doping in de breedtesport doet
verslag van een uitgebreid onderzoek naar de aard en omvang van
het gebruik van dopinggeduide middelen en voedingssupplementen in
de georganiseerde breedtesport. Het onderzoek richtte zich op de
top van de amateurs in Nederland van de volgende sporttakken: krachtsport,
wielrennen, atletiek, vecht- en verdedigingssporten, voetbal en
hockey. Een belangrijke conclusie is dat de omvang van de groep
huidige gebruikers van de zware dopinggeduide middelen klein is:
3% van de onderzochte gebruikt op dit moment. Het gaat hier om een
bovengrens van het gebruik in de amateursport in Nederland.
Sport en sociale activering
Een inventarisatie van initiatieven
Auteurs: Jacco van Sterkenburg, Jo Lucassen en Jan Janssens
Opdracht: LCO en VWS
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Landelijk Centrum
Opbouwwerk. Het rapport Sport en sociale activering brengt voorbeelden
van initiatieven in kaart waarbij mensen die moeilijk bemiddelbaar
zijn op de arbeidsmarkt en de kans lopen in een sociaal isolement
terecht te komen, sociaal actiever worden door activiteiten en werkzaamheden
in de sportsector. Vooral sociale activering door het stimuleren
van actieve sportdeelname of door vrijwilligerswerk in de sportsector
wordt beschreven. Het rapport geeft naast beschrijvingen van initiatieven
kansen en knelpunten weer bij het inzetten van werkzoekenden in
de sportsector.
Sport en het bevorderen van een
gezondere leefstijl onder (kansarme) jongeren
Auteurs: Agnes Elling en Janneke Klerken
Opdracht: NISB
In opdracht van het NISB werd een verkennende studie verricht naar
succes- en faalfactoren en gezondheidseffecten van projecten gericht
op het verhogen van een actieve en gezonde leefstijl onder jongeren
tussen 12-18 jaar. Bijzondere aandacht ging hierbij uit naar de
intermediërende factoren sociaal economische status, etniciteit
en sekse. De belangrijkste conclusie is dat er op procesniveau weliswaar
vooruitgang geboekt is met betrekking tot diverse aspecten van bewegingsstimulering,
maar er nog weinig inzicht bestaat in de daadwerkelijke gezondheidsopbrengsten
en de effectieve en optimale bereikbaarheid van de groepen met de
grootste bewegingsarmoede, zoals allochtone meisjes. Gepleit wordt
voor een sterkere focus op individuen en groepen met aan bewegingsarmoede
gerelateerde gezondheidsrisico’s.
Binnen het Mulier Instituut veel verschillende
projecten en programma’s ter hand genomen. Sommige hebben
een fundamenteel karakter. In andere gevallen gaat het om vormen
van toegepast onderzoek.
In- en uitsluiting
in de sport
Onderzoekers: Agnes Elling, Inge Claringbould, Jacco van
Sterkenburg en Paul De Knop
In dit deelprogramma staat de vraag centraal welke vormen, richtingen
en mechanismen van in- en uitsluiting plaatsvinden in de sport en
op welke wijze deze gerelateerd zijn aan sociale machtsverhoudingen
rondom sekse, etniciteit, leeftijd, sociale klasse en fysieke validiteit.
Het onderzoek richt zich op het ontrafelen van de (toegenomen) complexiteit
van structurele en culturele aspecten op basis waarvan mensen ergens
wel of juist niet bij kunnen, mogen of willen horen. In de empirische
deelstudies binnen dit onderzoek worden onder andere diepte-interviews
gehouden met sporters naar het biografisch verloop van diverse in-
/ uitsluitingsmechanismen. Ook vinden analyses plaats in sportorganisaties
met een verschillende mate aan diversiteit (naar sekse en etniciteit)
in leidinggevende posities.
Topsportonderzoek
Onderzoekers: Maarten van Bottenburg en Egbert Oldenboom
Binnen het programma ‘Topsport’ voert het Mulier Instituut
momenteel vijf projecten uit. Deze worden overkoepeld door twee
centrale vragen:
Hoe is het gesteld met het topsportklimaat in Nederland op nationaal
en lokaal niveau, welke ontwikkelingen doen zich hierin voor en
hoe verhoudt het Nederlands topsportklimaat zich tot dat in andere
landen?
Welke relatie bestaat er tussen het topsportbeleid, topsportklimaat
en topsportsucces, wat zijn de succesbepalende factoren in het topsportklimaat
en hoe zijn deze beleidsmatig te beïnvloeden?
De belangrijkste projecten binnen dit programma zijn de 1-meting
topsportklimaat en de internationale benchmark. Het eerstgenoemde
project is een vervolg op het onderzoek naar het topsportklimaat
onder topsporters, toptrainers en topsportcoördinatoren dat
in 1998 is gehouden. De internationale benchmark bouwt hierop in
twee opzichten voort. Ten eerste wordt het topsportklimaatonderzoek
herhaald in België en Groot-Brittannië. Ten tweede wordt
een diepgaande vergelijkende studie verricht naar de succesbepalende
factoren in een aantal geselecteerde takken van sport in meerdere
landen.
Kwaliteit van
lichamelijke opvoeding
Onderzoeker: Harry Stegeman en Paul De Knop
De lichamelijke opvoeding wordt geacht de schooljeugd warm te maken
en te kwalificeren voor een blijvende deelname aan sport en bewegen.
Welke kwaliteitseisen stelt dat aan het onderwijs? In hoeverre wordt
hieraan op dit moment tegemoetgekomen? En op welke wijze kan worden
gewerkt aan verbetering van de kwaliteit? Dat zijn vragen waarop
het deelprogramma ‘kwaliteit van lichamelijke opvoeding’
antwoorden wil geven.
Kwaliteit(smanagement) in de
sport
Onderzoeker: Jo Lucassen en Paul De Knop
De sportmarkt is al een tijdje flink in beweging. Voor sommige takken
en vormen van sport neemt de belangstelling toe, voor andere juist
af. In hoeverre heeft dit te maken met de kwaliteit van het gebodene?
Welke kwaliteitseisen kunnen eigenlijk aan sport worden gesteld,
en in hoeverre zijn die aan verandering onderhevig? Wat kunnen sportorganisaties,
trainers en beoefenaren doen om hun verwachtingen goed helder te
maken en op elkaar af te stemmen? Op welke manier kan de ontwikkeling
van kwaliteitszorg of -management leiden tot verbetering van het
sportaanbod en van de sportondersteuning? Binnen het programma kwaliteits(zorg)
in de sport staan deze vragen centraal.
.
|